Ronald Giphart

Ronald Giphart (1965) debuteerde in 1992 met de roman Ik ook van jou, een instant klassieker in de Nederlandse literatuur. In 2004 ontving Giphart de C.C.S. Croneprijs voor zijn oeuvre. In 2021 verscheen zijn novelle Applaus: Liefde in tijden van corona, bedoeld als een ode aan de zorg en de steun van de lokale boekhandels.

Ronald giphart

The Chelsea

Tot 2011 was het Chelsea Hotel in Manhattan het illustere ontmoetingspunt voor honderden kunstenaars, acteurs en muzikanten. Madonna woonde er (kamer 822), Leonard Cohen (424) en Janis Joplin (411). De vriendin van Sid Vicious werd er doodgestoken (kamer 100) en de bassist van The Sex Pistols stierf er zelf aan een overdosis (ook in kamer 100).

Kunstenaars zoals Christo, Robert Mapplethorpe (kamer 1017), Willem de Kooning en Andy Warhol betaalden hun verblijf met kunstwerken, schilderijen die door het hele hotel werden opgehangen.

Tal van schrijvers bivakkeerden daar: van Mark Twain tot Jack Kerouac, van William S. Burroughs tot Jan Cremer (die er geruime tijd woonde), van Arthur Miller tot de Welshe dichter Dylan Thomas (kamer 205). Toen laatstgenoemde in 1953 op een avond terugkeerde van The White Horse Tavern, zijn stamkroeg in de buurt, stierf hij aan de achttien glazen whisky die hij net had gedronken.

Het was een pelgrimstocht naar Dylan Thomas die mijn vriend Dylan van Eijkeren (bekend van de krant Het Parool) en mij midden jaren negentig naar het Chelsea Hotel bracht. We slaagden erin om kamer 205 te boeken — althans, dat is het verhaal dat we later aan iedereen vertelden (in werkelijkheid verbleven we in kamer 434).

Het Chelsea was alles wat ik me ervan had voorgesteld: in de lobby hingen kunstwerken, het hotel werd bevolkt door een bont gezelschap van excentrieke zonderlingen, en achter de piepkleine receptie zaten dag en nacht twee mannen met tulbanden, beiden met de naam Singh.

In het vliegtuig naar JFK ontmoetten Dylan en ik twee Nederlandse meisjes, en toen we afscheid namen op het vliegveld, riep Dylan dat we elkaar om tien uur zouden zien in The White Horse Tavern. Dit was nog vóór de tijd van de mobiele telefoon, dus we hadden geen idee of de meisjes daadwerkelijk zouden komen. Ze kwamen, en uiteindelijk kregen Dylan en een van de meisjes een relatie.

Uiteindelijk belandden we met z’n drieën in het Chelsea. Maar omdat ik geen zin had om in mijn queensize bed te liggen luisteren naar het speelse uitwisselen van genetisch materiaal in het bed naast me, besloot ik een dutje te doen in de lobby bij de Singhs, op een van de oude banken waarop ooit Jimi Hendrix had gezeten (er zijn zelfs foto's van). Ik vroeg de receptionisten of ik een extra kamer kon huren, maar helaas was het hotel die nacht volledig volgeboekt.

Nadat ik mijn ongemakkelijke situatie had uitgelegd, keken ze elkaar even aan en schudden meelevend hun tulbanden. Een van de Singhs stak zijn hand in een lade en gaf me de sleutel van een onooglijk klein personeelkamertje met een bed op de twaalfde verdieping. Later beweerde ik vaak dat Mark Twain daar ooit had verbleven, maar dat zal waarschijnlijk niet waar zijn.

Bekijk hier de column op de website van 'Het Parool'.

Wat is een schrijvershotel zonder schrijvers? Een pen zonder inkt? Gedurende zes maanden wordt er wekelijks een auteur uitgenodigd voor een verblijf in het Ambassade Hotel en beschrijft daar hoe het schrijverschap in deze tijd voor hem of haar is. Het Parool publiceert de columns wekelijks.

Lees meer over dit columnproject in samenwerking met ‘Het Parool’.

Wilt u ook verblijven in het schrijvershotel? Geniet van een unieke ervaring in het Ambassade Hotel met deze speciale arrangementen of kom de bibliotheek bewonderen na een bezoek aan ons zonnige terras aan de Herengracht!