Arnon Grunberg

Arnon Grunberg (1971) is een veelbesproken schrijver, essayist en columnist, met talloze publicaties in diverse kranten en weekbladen. Zijn romans worden vaak genomineerd voor en bekroond met prijzen, en zijn vertaald in dertig talen. Prijzen voor zijn oeuvre zijn onder meer de Constantijn Huygens-prijs en de Gouden Ganzenveer.

Arnon grunberg

Leven en Theater

‘In een liefde zoeken de meesten een eeuwig thuisland, een enkeling echter het eeuwige reizen.’ (In einer Liebe suchen die meisten ewige Heimat. Andere, sehr wenige, aber das ewige Reisen.)

Eigenlijk had ik dit citaat van de Duitse filosoof Walter Benjamin, die op 26 september 1940 in Portbou zelfmoord pleegde, als motto bij mijn nieuwe roman willen opnemen, maar het past nog beter bij een reeks verhalen over het Ambassade Hotel in Amsterdam, daarmee indirect over alle hotels, het hotelwezen zelf.

Hoe moeten wij een eeuwig thuisland begrijpen in de context van de liefde voor een persoon? Zou al het nationalisme een toevluchtsoord zijn voor mensen die tevergeefs hun eeuwige thuisland zochten in een mens en toen dat op een teleurstelling uitliep zich maar hebben gewend tot het land waar ze toevallig geboren zijn? Nog afgezien van de vraag welke liefde precies eeuwig is.

Vermoedelijk is het goed de hartstocht, die graag geconsumeerd wordt op hotelkamers, te scheiden van liefde, die eerder een onderkomen zoekt in woon- en slaapkamers, vestibules en opberghokken. Het is een menselijke eigenaardigheid, en een tragische, om hartstocht met liefde te verwarren, zoals wij ook graag geloven dat vrijheid en gelijkheid hetzelfde zijn, op zijn minst dat het een tot het ander leidt.

Ik heb niet alleen in de liefde, maar ook in het schrijven, in het leven het eeuwige reizen gevonden. Waarbij ‘eeuwig’ weinig anders hoeft te betekenen dan levenslang.

Als de liefde verbonden is met de behoefte een thuis te vinden, wat dat woord ook moge betekenen, én met het verlangen te reizen, wat wel moet betekenen dat men het metaforische thuisland verlaat, dan kan het niet anders dan dat het hotel een symbiose is van reis en thuis, heimat en exil. Een compromis dus, maar ook een katalysator. Het verlangen wil grenzen overschrijden en het is precies het grenzeloze karakter van het hotel dat ons aanmoedigt dat ook te doen.

Grenzeloos, omdat het hotel een tussenstadium is. Kamer 93, kamer 18, men noemt het zijn kamer, maar over een paar dagen woont er iemand anders.

Het is theater, net zoals het restaurant theater is; alles is een ritueel, zeker in een hotel, maar het ritueel heeft een hoge mate van werkelijkheid. Het voert ons naar het leven toe, naar
de gewaarwording van sterfelijkheid en vergankelijkheid, wat vermoedelijk een voorwaarde is om überhaupt naar een eeuwige heimat te kunnen verlangen.

Schilderes Charlotte Salomon, die op 10 oktober 1943 in Auschwitz werd vermoord, stelde de vraag: ‘Leben? Oder Theater?’ Het hotel, als instituut, als opvangcentrum, als ziekenhuis, als toevluchtsoord, als schuldige plek en als onderduikadres, als kerk en als laatste illusie (de kamers van de andere gasten bevatten de levens die wij hadden kunnen leven) antwoordt: Leben und Theater.

Bekijk hier de column op de website van 'Het Parool'.

Wat is een schrijvershotel zonder schrijvers? Een pen zonder inkt? Gedurende zes maanden wordt er wekelijks een auteur uitgenodigd voor een verblijf in het Ambassade Hotel en beschrijft daar hoe het schrijverschap in deze tijd voor hem of haar is. Het Parool publiceert de columns wekelijks.

Lees meer over dit columnproject in samenwerking met ‘Het Parool’.

Wilt u ook verblijven in het schrijvershotel? Geniet van een unieke ervaring in het Ambassade Hotel met deze speciale arrangementen of kom de bibliotheek bewonderen na een bezoek aan ons zonnige terras aan de Herengracht!

Alma Mathijsen

Alma Mathijsen (1984) studeerde Beeld en Taal aan de Gerrit Rietveld Academie en Creative Writing in New York. Ze publiceerde toneelstukken, een verhalenbundel en diverse romans. Mathijsen schrijft essays voor de krant NRC Handelsblad. In 2020 verscheen haar meest recente roman, Bewaar de zomer.

Alma mathijsen

Naar de Buitenwereld

Ik was bijna vergeten dat het nog bestond. Ik behoor tot de groep mensen die zichzelf heeft opgesloten. Als je alleen woont gaat dat heel makkelijk. Dan zijn er geen huis­genoten die liefkozend maar toch dwingend vragen of het niet een goed idee is toch wat vaker naar buiten te gaan.

Nee, ik bleef binnen, kocht een Nintendo en bakte lasagnes uitsluitend voor mezelf. Tussen de muren van mijn appartement hoefde ik niet bang te zijn om iemand anders te besmetten, hoefde ik niet voor de twaalfde keer te vragen of een vriend zijn handen wel 20 seconden lang had gewassen, hoefde ik me niet kapot te ergeren aan de man die zijn neus over zijn mondkapje liet hangen. Thuis was kalm en dat was alles wat ik nodig had. Althans dat dacht ik. Op uitnodiging van het Ambassade Hotel mocht ik twee nachten bij hen logeren, en uiteraard kon ik ook nog iemand meenemen. Voor het eerst was er iets om mijn nieuwe geliefde mee naar toe te vragen.

De terrassen waren net geopend en de zon kwam kijken. Overal zag ik mensen happen nemen van hun eten, of ze dronken gulzig uit hun glazen. Als ze dat niet deden, praatten ze uitgelaten. Bij de ingang stond de manager klaar, die me zo warm onthaalde dat ik even dacht dat hij me misschien verwarde met een oliemagnaat of een influencer met 500.000 volgers. Op de kamer stond een fles cava voor ons klaar aan de gedekte tafel die uitkeek over de gracht. Ik dronk uit het glas, net zo gulzig als de mensen die ik eerder op de dag zag. En wilde me bij hen voegen.

Op het terras zat Thomas Heerma van Voss, ook op uitnodiging van het hotel. In anderhalf jaar tijd had ik amper andere schrijvers gezien en ik werd bevangen door een enthousiasme dat ik niet meer van me af wist te schudden. Ik wilde praten, het maakte me niet uit waarover. Niet veel later struinden Jessica Durlacher en Solomonica de Winter over het terras, terug van een massage, ook zij verbleven in het hotel. En ook met hen wilde ik kletsen. Ik pakte wat ik pakken kon. Alle maanden in solitaire maakten dat ik dat nog nooit zo hongerig was geweest naar small talk. Hoe onzinniger hoe beter, diepgaande gesprekken hoefde ik niet eens.

Het had alles weg van een literair festival, maar dan met het elan waar ik al mijn hele leven van gedroomd heb. Geen pallets in de modderpoel als zogenaamde backstage. Hier kregen we marmeren vloeren, gekoelde flessen bubbels en donzige badjassen met slippers. Een betere rentree in het leven, na maanden van binnen zitten, had ik me niet kunnen wensen. Ik wist het niet, maar het was alles wat ik nodig had.

Bekijk hier de column op de website van 'Het Parool'.

Wat is een schrijvershotel zonder schrijvers? Een pen zonder inkt? Gedurende zes maanden wordt er wekelijks een auteur uitgenodigd voor een verblijf in het Ambassade Hotel en beschrijft daar hoe het schrijverschap in deze tijd voor hem of haar is. Het Parool publiceert de columns wekelijks.

Wilt u ook verblijven in het schrijvershotel? Geniet van een unieke ervaring in het Ambassade Hotel met deze speciale arrangementen of kom de bibliotheek bewonderen na een bezoek aan ons zonnige terras aan de Herengracht!

Lees meer over dit columnproject in samenwerking met ‘Het Parool’.

Esther Verhoef

Esther Verhoef (1968) is een van de meest succesvolle en veelzijdige schrijvers van Nederland. Ze heeft ongeveer 2,4 miljoen exemplaren van haar psychologische thrillers en romans verkocht. Verhoefs werk is in tal van landen uitgegeven en is meerdere keren genomineerd voor en bekroond met prijzen, waaronder de NS Publieksprijs, de Hebban Award en de Gouden Strop.

Esther verhoef

De Luiken Zijn Gesloten

‘We zijn met z’n allen meer naar binnen gekeerd,’ zegt mijn schrijvende vriendin. Ze maakt er een beweging bij alsof ze luiken voor haar gezicht sluit. ‘Ieder op zijn eigen eilandje. Kopschuw geworden, huiverig voor overwaaiende bacillen uit medemensadem.’

Ik zit tegenover haar met een flinke bel chardonnay. De tweede. Hoe strenger de maatregelen, hoe hoger mijn drankrekening. Mijn vriendin is een risicogroeper, maar nu heeft ze haar tweede prik gehad en ik ben net herstellende van twee weken valreep-corona. Dus het kan weer. We hebben zelfs geknuffeld – de gezichten afgewend, want je weet maar nooit.

‘Ik ben een kluizenaar geworden die opziet tegen menselijk contact,’ gaat ze verder. ‘Iemand die opnieuw moet leren om gasten te ontvangen. Hoe snel is dat gegaan?’

Ik knik en neem een slok. En nog eentje. Vluchten deed ik steeds in mijn schrijfwerk, al vanaf mijn achtste dagelijks; verdwijnen achter de woorden en zinnen, opgaan in een wereld die je zelf creëert en die je dus wèl begrijpt en kunt controleren.

‘Ik heb sommige mensen al anderhalf jaar niet gezien,’ zeg ik. ‘Je weet wel, vrienden met wie je naar de film gaat voor de discussie erna, of met wie je graag winkelt, of gaat lunchen in een hippe tent.’

Je durft op een gegeven moment ook niemand meer uit te nodigen, denk ik erachteraan, want de een drukt je bij binnenkomst aan de borst, briesend: ‘Je gelóóft die flauwekul toch niet!’ en door de ander word je subiet kaltgestellt omdat je twee gasten wilt ontvangen, terwijl Jaap en Mark één adviseren.

Die losvastvrienden, ik heb ze niet eens geappt. Wat moet je vragen? Iedereen gezond, lukt het nog een beetje daar? Ik mis ze, en ook weer niet. Ik ben het verleerd, denk ik, mensen. De luiken van mijn huis zijn gesloten en die van mijn hart ook een beetje.

Dit zou een ideale periode zijn voor schrijvers, lees ik steeds. Want die zaten toch altijd al thuis te typen. Voor hen verandert er niets. Maar voor mij veranderde alles. Schrijven doe ik in afzondering. Vier, vijf dagen zonder sociaal contact is normaal. Dus moet ik er af en toe op uit om te voorkomen dat ik murmelend onder een steen eindig. Húp, naar dat café, restaurant, de winkels, een festival, plekken waar je druppels sociale structuur kunt tappen als tegengif. En ‘verhaal kunt halen’, input voor je werk.

Maar alles is volgeboekt of doodgereguleerd en de mensen zijn knettergek geworden, om het hardst schreeuwend naar elkaar aan weerszijden van een ravijn waar ooit een veilig midden was.

Toenadering, ik hoop dat we het opnieuw kunnen leren. De huizen en de harten open; begrip, nuance en vertrouwen. Een nieuw, stevig fundament in dat midden, dat wens ik de lezer, de schrijver, de mens.

En tot die tijd is er chardonnay.

Bekijk hier de column op de website van 'Het Parool'.

Wat is een schrijvershotel zonder schrijvers? Een pen zonder inkt? Gedurende zes maanden wordt er wekelijks een auteur uitgenodigd voor een verblijf in het Ambassade Hotel en beschrijft daar hoe het schrijverschap in deze tijd voor hem of haar is. Het Parool publiceert de columns wekelijks.

Wilt u ook verblijven in het schrijvershotel? Geniet van een unieke ervaring in het Ambassade Hotel met deze speciale arrangementen of kom de bibliotheek bewonderen na een bezoek aan ons zonnige terras aan de Herengracht!

Lees meer over dit columnproject in samenwerking met ‘Het Parool’.

Jessica Durlacher


Jessica Durlacher (1961) schreef onder andere de romans De Held (verfilmd en bekroond met de Opzij Literatuurprijs), Het Geweten (bekroond met de Debutantenprijs en de Gouden Ezelsoor), De Dochter (genomineerd voor de NS Publieksprijs) en Emoticon. Haar nieuwe roman, De Stem, verscheen in 2021.

Jessica durlacher

Schrijven in Tijden van Corona

Onlangs was ik te gast als schrijver in Amsterdam, in het Ambassade Hotel, op een van de mooiste locaties, tegenover het voormalige Instituut voor Neerlandistiek, waar ik ooit met mijn studie begon. Ik was verbaasd over hoe verzorgd en glanzend de stad kan zijn, en hoe moeiteloos zij zich kan hullen in het masker dat zij waarschijnlijk aan vreemden toont.

Amsterdam is de stad die ik het beste ken van alle steden waar ik heb gewoond. Ik ben er geboren en heb de eerste dertig jaar van mijn leven daar doorgebracht. Ik heb er gestudeerd en gewerkt, en het is de plek waar ik allerlei eerste ervaringen heb opgedaan. Als ik aan de stad denk, of als ik er ben, voel ik altijd een soort heimwee — niet naar plekken, maar naar momenten of periodes. Amsterdam is een trommel vol madeleines, een kaart van betekenisvolle momenten, een tijdmachine. Destijds kon ik de stad niet meer zien omdat ik er zelf een onderdeel van was.

Maar zelfs nu ik ergens anders woon, voelt de stad nog steeds als mijn eigen terrein, als heimweegebied, hoewel ik er vóór Corona nog vaak kwam. De tijd breekt herinneringen af, maar plakt ze soms ook weer aan elkaar. Tot een paar weken geleden leek het anderhalf jaar achter ons wel te bestaan uit één en dezelfde tijd, dezelfde week, hetzelfde uur. Ik kon me elk uur herinneren, elke gedachte, ik was overal aanwezig.

We waren allemaal teruggetrokken, introverte mensen zonder veel leven buitenshuis, we haatten onze mondkapjes met eenzelfde soort hartstocht, en elke dag verlaagden we kortstondig en mismoedig onze verwachtingen; er was weinig prikkeling, het plezier lag dicht bij huis, en er was weinig om naar te streven omdat de kans dat anderen het veel beter hadden geruststellend én deprimerend klein was.

Dit was allemaal één tijd, en die heette Corona. Er was weinig om ons op te vrolijken. Nooit eerder had een lang jaar zo eentonig gevoeld, en was het verstrijken van de tijd zo zichtbaar onaangedaan door wat wij belangrijk vonden. We zagen de uren, de dagen, de weken en de maanden voorbijgaan
zoals nooit tevoren.

Ondertussen lijkt het erop dat we een nieuw tijdperk kunnen binnengaan; de poort staat open, ze hebben onze bezittingen weer uit de kluis gehaald. Onwennig steken we onze neus in de frisse lucht, de open winkels, de cafés en de musea. Het licht prikt nog wat in onze ogen, onze sociale spieren zijn wat verslapt, en we reageren op de meeste dingen die ons overkomen met een milde schok. Zijn we nog dezelfde als voorheen?

Het coronajaar heeft onze herinneringen misschien wel tot een prop samengeknepen; de gapende kloof tussen de tijd vóór de pandemie en nu is exponentieel gegroeid. Mijn kledingkast lijkt van een vreemde. Wie was de ‘ik’ die zulke onhandig hoge hakken droeg?

Amsterdam (en wij) hebben er een hele nieuwe geschiedenis bij gekregen, maar ik vraag me af of deze tijd ook heimwee zal oproepen. Misschien alleen naar het Ambassade Hotel.

Bekijk hier de column op de website van 'Het Parool'.

Wat is een schrijvershotel zonder schrijvers? Een pen zonder inkt? Gedurende zes maanden wordt er wekelijks een auteur uitgenodigd voor een verblijf in het Ambassade Hotel en beschrijft daar hoe het schrijverschap in deze tijd voor hem of haar is. Het Parool publiceert de columns wekelijks.

Lees meer over dit columnproject in samenwerking met ‘Het Parool’.

Wilt u ook verblijven in het schrijvershotel? Geniet van een unieke ervaring in het Ambassade Hotel met deze speciale arrangementen of kom de bibliotheek bewonderen na een bezoek aan ons zonnige terras aan de Herengracht!

Thomas Heerma van Voss


Thomas Heerma van Voss (1990) is de auteur van de veelgeprezen romans De alles tafel en Stern. Zijn verhalenbundel De derde persoon werd genomineerd voor de Biesheuvelprijs; zijn essaybundel Surrogaten werd genomineerd voor de Jan Hanlo Essayprijs. Daarnaast schrijft hij ook voor diverse publicaties
zoals De Groene Amsterdammer magazine.

Thomas heerma van voss

Shaken Awake

Onder de brug die vanaf de Prins Hendrikkade over het Singel loopt, is op een bakstenen muurtje een zinnetje van Belle van Zuylen geschilderd: terugkomen is niet hetzelfde als blijven. Die zes woorden trekken altijd mijn aandacht als ik vanaf Centraal Station de binnenstad binnenloop, terug naar huis, door dat naar pis stinkende tunneltje waar sinds de corona-uitbraak een paar zwervers wonen – en elke keer denk ik: Belle van Zuylen had gelijk.

Misschien was dat wel wat ik persoonlijk het lastigste vond aan de coronagolven: het gebrek aan variatie en enig reliëf in de dagen, waardoor ook de sensatie van het terugkomen verdween. Nooit meer nam ik met hernieuwde blik waar wat ik al kende, elke dag voltrok zich min of meer hetzelfde. Af en toe keek ik in mijn agenda en was er geen dag maar een maand verstreken.

Voor sommige schrijvers is het een ideale situatie: rust, regelmaat, en bovenal weinig afleiding. Zelf gedij ik beter als mijn blik af en toe wordt opgeschud en als ik reden heb mijn schrijfkamer te verlaten. Toen ik tijdelijk mijn intrek mocht nemen in het Ambassade Hotel, voelde ik het meteen gebeuren: eindelijk kreeg Amsterdam weer nieuwe tinten en kleuren. Een andere uitvalsbasis zorgde ervoor dat ik andere plekken zag, ik hoorde nieuwe geluiden, extra rumoer om me heen. Ik dwaalde door de illustere bibliotheek van het hotel, gaf me over aan elk gerecht dat de hotelchef kookte, sliep ’s nachts in een bed zo groot dat ik mijn geliefde aldoor kwijtraakte. Wat had ik het gemist om op een semiopenbare plaats als dit te zijn: de mengeling van andere gasten en de eigen privacy, de compactheid en luxe van de eigen kamer die je niet zelf hebt hoeven inrichten, de discretie van personeel dat zich nooit onaangekondigd laat zien, maar altijd paraat staat.

Met het Ambassade Hotel als nieuw anker wandelde ik door de stad, de zon scheen, terrassen werden voor het eerst in maanden weer opgebouwd. Aan de overkant van de gracht werden opnames gemaakt van de voortreffelijke Amerikaanse televisieserie Atlanta, ik liep naar de set, loog tegen beveiligers dat ik iets verderop woonde, passeerde Donald Glover en de andere hoofdrolspelers op slechts een halve meter afstand – ook een ervaring die ik in tijden niet had gehad: aangenaam, een beetje nerveuzig verrast worden door wat je aantreft, dat heerlijke getintel in je buik, het niet precies weten waar en hoe te kijken.

Eenmaal terug op mijn hotelkamer voelde het alsof ik wakker was geschud, alsof ik eindelijk weer ergens van terugkwam. En ik ervoer iets wat ik in geen tijden had ervaren: ik had zin om weer eventjes alleen te zijn en in afzondering de juiste woorden te zoeken, want dat was nu eindelijk weer eens een keuze, niet iets wat door de omstandigheden werd opgedrongen.

Bekijk hier de column op de website van 'Het Parool'.

Wat is een schrijvershotel zonder schrijvers? Een pen zonder inkt? Gedurende zes maanden wordt er wekelijks een auteur uitgenodigd voor een verblijf in het Ambassade Hotel en beschrijft daar hoe het schrijverschap in deze tijd voor hem of haar is. Het Parool publiceert de columns wekelijks.

Lees meer over dit columnproject in samenwerking met ‘Het Parool’.

Wilt u ook verblijven in het schrijvershotel? Geniet van een unieke ervaring in het Ambassade Hotel met deze speciale arrangementen of kom de bibliotheek bewonderen na een bezoek aan ons zonnige terras aan de Herengracht!

Annejet van der Zijl

Annejet van der Zijl (1962) is een van de bekendste en meest gelezen non-fictieschrijvers van Nederland. Ze debuteerde in 1998 met Jagtlust en schreef bestsellers zoals Sonny Boy en De Amerikaanse prinses. Van der Zijl was de auteur van het Boekenweekgeschenk in 2020 en schreef het succesvolle Boekenweekgeschenk Leon & Juliette.

Annejet van der zijl

Het Magische Koninkrijk

Het was de tijd dat de wereld op slot ging en de stad tot stilstand kwam. Het hotel zou echter pas sluiten als er geen enkele gast meer was. En die was er.

Het was een vaste klant – een man met een adellijke naam en een leven dat met recht rijk genoemd kon worden: een glansrijke diplomatieke carrière, een stabiel huwelijk, een hechte vriendenkring en kinderen die de familienaam eer aandeden. Een vól leven ook. Adel verplicht, en succes minstens zo zeer. En daarmee ben je je tijd kwijt.

Hij had ingecheckt voor vier nachten toen de bomen aan de gracht nog kaal waren. Net op dat moment kantelde de wereld en gingen de grenzen dicht. Hij liet de receptie weten dat hij langer zou blijven. De crisis duurde, de andere gasten verdwenen, de staf van het hotel kromp steeds verder in.

De receptionistes fietsten nu met mondkapjes op als maaltijdbesteller door de stad, de manager nam de nachtdienst op zich en bouwde ’s nachts uit verveling spoken uit lampen en hotellakens.

Toen de bomen aan de gracht hun bladeren weer verloren en de stad zich opmaakte voor de donkerste, stilste winter sinds mensenheugenis was hij er nog steeds. Vanaf het moment dat hij als jongetje tijdens schoolvakanties op het landgoed van zijn grootouders aan zichzelf was overgelaten, had de tijd zich niet meer zo eindeloos voor hem uitgestrekt. Had hij zo weinig gehoeven. Had het woord ‘solitude’ zo’n betoverende klank gehad. Was het leven zo magisch en vol beloften geweest.

Hij dwaalde door de zeventiende-eeuwse grachtenhuizen die gezamenlijk het hotel vormden. Hij bekeek de indrukwekkende kunstverzameling aan de muren. Hij grasduinde door de duizenden, door de auteurs gesigneerde boeken die de trots van het hotel vormden. En die een reden waren geweest om voor dit hotel te kiezen. Want hij hield van lezen, al had hij daar in zijn dagelijkse bestaan zelden de tijd voor. Maar nu had hij alle tijd. En hij las. Hij leefde de levens van anderen, hij verdween in onbekende werelden. Hij genoot.

Het werd lente. Er voeren opeens weer bootjes door de gracht en vanaf het geïmproviseerde terras voor het hotel klonk vrolijk geroezemoes. De grenzen gingen open, steeds vaker hoorde hij weer geluiden in de kamers om hem heen. En uiteindelijk pakte ook hij zijn koffers en ging terug naar zijn zo geslaagde, volle, rijke leven, naar de besprekingen in Westminster, de familiediners in Chelsea, de tuinfeestjes aan de Thames. Mensen slaan hem op de schouder en zeggen hoe jolly good het is om hem weer te zien. Hij glimlacht instemmend, ja, it is simply wonderful.

Maar af en toe dwaalt zijn blik. Dan droomt hij van zijn verloren koninkrijk – het lege hotel, de stille stad, de boeken en hijzelf.

Bekijk hier de column op de website van 'Het Parool'.

Wat is een schrijvershotel zonder schrijvers? Een pen zonder inkt? Gedurende zes maanden wordt er wekelijks een auteur uitgenodigd voor een verblijf in het Ambassade Hotel en beschrijft daar hoe het schrijverschap in deze tijd voor hem of haar is. Het Parool publiceert de columns wekelijks.

Lees meer over dit columnproject in samenwerking met ‘Het Parool’.

Wilt u ook verblijven in het schrijvershotel? Geniet van een unieke ervaring in het Ambassade Hotel met deze speciale arrangementen of kom de bibliotheek bewonderen na een bezoek aan ons zonnige terras aan de Herengracht!

Daan Heerma van Voss

Daan Heerma van Voss (1986) is historicus en schrijver. Voor zijn journalistieke werk ontving hij De Tegel. Zijn literaire werk werd genomineerd voor diverse prijzen en is vertaald in het Zweeds, Spaans, Duits en Chinees. In 2020 verscheen zijn Coronakronieken. In het voorjaar van 2021 verscheen zijn nieuwe boek Het Angstproject.

Daan heerma van voss

A Confession Left in the Margin

Goed, we beginnen opnieuw. De eerste versie van dit stuk is verworpen – een geforceerde literaire bespiegeling over de zielsverwantschap tussen schrijver en hotel (iets met onderweg zijn en onbekende deuren) en dan met een Cees Nooteboomsausje eroverheen, sprinkle dusten met wat Grunbergalia over heimatloosheid. Klaar.

Het liep anders. Ik had boeken bij me, een schriftje, een laptop, maar ik was geen schrijver. Ik was een twaalfjarig jongetje, pukkelig, vlak voor de grote groeispurt. Een jongetje dat iets verschrikkelijks had gedaan.

Eén middag werkte ik hier. Dankzij Lucas, een vakantievriendje. Lucas, zijn broertje Louis en ik, we voetbalden, sjokten langs de waterlijn en trapten tegen slakkenhuizen. Hun vader, Wouter, zat altijd aan de kade. Naast hem: boeken. Filosofische boeken, boeddhistische, boeken over stenen. Wouter was ‘de baas’ van een Amsterdams hotel. En ik mocht best een dagje meehelpen, als ik dat wilde.

Lucas, die soms toegaf dat hij misschien ooit, grotemensenlater, het hotel zou overnemen, leidde me rond. Ik wilde het goed doen, mocht Lucas niet teleurstellen, Wouter niet, de krakende treden, de Cobraschilderijen. Ik was in een traditie geplaatst, van butlers en liftjongens, van toezichthouders, van eerbiedwaardige zorgers. Het ging niet denderend. De ruiten die ik lapte, met een zware gele doek, werden niet doorschijnend. De ontbijttafels die ik dekte, leken nooit helemaal symmetrisch, hoe vaak ik ook met de botermesjes schoof. Goed, ja, en toen ging het echt mis.

Een Amerikaanse man – een handelsreiziger? een spion? – vroeg me of ik zijn rolkoffertje kon dragen. Ik zette het koffertje naast zijn bed. Een klik. Ik opende mijn zweterige knuist en zag een stukje plastic – een klepje, een slotje? Toen hij niet keek legde ik het op de juiste plek, hopend dat hij het niet zag. Hij gaf me een rijksdaalder fooi, maar ik bedankte voor de eer.

Ach, welke eer? Iets was bij me in bewaring gedaan, iets belangrijks, nu stuk. Ik was woedend, gekwetst. Geen idee wat ik tegen Lucas heb gezegd, tegen Wouter, geen idee wat ik als reden heb opgegeven dat het bij deze middag zou blijven.

Hij loopt hier nu weer rond, Lucas. De handen trots op zijn rug gevouwen. Hij is de baas, zoals zijn vader eens. En ik zit op het terras, aan de kade, denkend aan die man die ooit aan de kade zat, hij met zijn boeken, ik met mijn schriftje.

Wat is een schrijvershotel? Een plek om aan te komen, om te denken aan mensen die je niet meer spreekt, om te ervaren dat we allemaal passanten zijn. Een plek die je voor even de jouwe mag noemen, totdat je de sleutel teruggeeft aan iemand die je vergevingsgezind toelacht.

PS: Aan de desbetreffende Amerikaanse spionnendienst die dit leest: zeg tegen jullie collega dat het me spijt van zijn koffertje.

Bekijk hier de column op de website van 'Het Parool'.

Wat is een schrijvershotel zonder schrijvers? Een pen zonder inkt? Gedurende zes maanden wordt er wekelijks een auteur uitgenodigd voor een verblijf in het Ambassade Hotel en beschrijft daar hoe het schrijverschap in deze tijd voor hem of haar is. Het Parool publiceert de columns wekelijks.

Lees meer over dit columnproject in samenwerking met ‘Het Parool’.

Wilt u ook verblijven in het schrijvershotel? Geniet van een unieke ervaring in het Ambassade Hotel met deze speciale arrangementen of kom de bibliotheek bewonderen na een bezoek aan ons zonnige terras aan de Herengracht!

Hanna Bervoets

Hanna Bervoets (1984) heeft zeven romans geschreven die meerdere keren bekroond zijn en vertaald zijn in verschillende talen. In 2017 won zij de Frans Kellendonkprijs voor haar oeuvre. Haar eerste verhalenbundel, Een modern verlangen, verscheen in 2021.

Hanna bervoets

Contract

Maar wat gebeurt er nu met fictie, vroeg ik me af toen de pandemie vorig jaar uitbrak. Het was een luxevraag vanuit een luxepositie; terwijl anderen hun leven drastisch zagen veranderen, deed ik wat ik altijd gedaan had: ik zat thuis te schrijven.

Maar wat te doen met covid? Welke rol zou de pandemie toebedeeld krijgen in de moderne werken van scenaristen, reclamemakers en schrijvers zoals ik?

De kwestie genereerde zowel vrees als opwinding.

Want wij, verhalenmakers in de breedste zin, maakten ooit een afspraak, sloten een onzichtbaar contract met ons publiek. Representeert een verhaal het heden, dan tonen we dat heden min of meer getrouw ten behoeve van de geloofwaardigheid van dat verhaal. Wandelt mijn personage over het Mercatorplein, dan beweer ik daarmee dat we in Amsterdam zijn. ‘Heden’ is daarbij een breed begrip. Het kan vandaag zijn, maar ook morgen, vorige week of pakweg twee jaar geleden; iedere vertelling contemporain totdat het tegendeel bewezen is.

Mijn opwinding kwam vorig jaar voort uit het idee dat dát nu voorbij zou kunnen zijn. Wie schreef over een wereld zonder mondkapjes en persconferenties, schreef over een verleden (maar welk?) óf over een toekomst (wanneer dan?) – tenminste, naar de maatstaven van het onzichtbaar contract dat stelt dat het heden in fictie ons eigen heden representeert.

Maar inmiddels zie ik verhalenmakers dat contract steeds vaker breken.

Maar inmiddels zie ik verhalenmakers dat contract steeds vaker breken.

In Goede Tijden Slechte Tijden gingen Ludo en Janine rond december altijd braaf met kerstslingers in de weer. Bij ons is het ook kerst, hoor, beweerden ze daarmee; wij delen een heden!

Het afgelopen jaar zag ik Janine echter geen enkele moeite doen anderhalve meter afstand te houden van Laura – toch een risicogroep. Plots representeerde de soapserie geen verleden, geen toekomst, maar een heel nieuw, parallel heden: een ‘nu’ zonder covid.

Niet elke serie koos daarvoor. Er is een scène in de nieuwe politieserie Mare of Easttown waarin rechercheur Mare de pixelige videobeelden van een verhoor bekijkt. Bovenin het schermpje van haar monitor ontwaarde ik een datum: februari 2020.

Plots zag ik de regisseur panikeren: welke datum moest het scherm weergeven, zijn serie kon zich onmogelijk ná maart 2020 afspelen – vooruit, februari 2020 dan maar, dat was nog net geloofwaardig, toch?

Ja en nee. Die datum gaf de serie onbedoeld een extra lading. Over een maand, wist ik als kijker, zouden deze personages met hele andere dingen bezig zijn. Moordzaak whatever, het einde van de wereld diende zich aan. Door die subtiele tijdsaanduiding voelden hun beslommeringen plots relatief, misschien zelfs futiel.

Dan hebben ze het bij Goede Tijden Slechte Tijden beter begrepen. Het contract dat verhalenmaker en publiek ooit sloten, is ergens halverwege de pandemie verlopen. Misschien ging dat zo geruisloos omdat haar fundamenten nooit echt sterk waren: het veroordeelde ons tot de leugen dat verhalen over het nu gaan, waar ze altijd, zonder uitzondering, in een volslagen naïef verleden zijn gemaakt.

Bekijk hier de column op de website van 'Het Parool'.

Wat is een schrijvershotel zonder schrijvers? Een pen zonder inkt? Gedurende zes maanden wordt er wekelijks een auteur uitgenodigd voor een verblijf in het Ambassade Hotel en beschrijft daar hoe het schrijverschap in deze tijd voor hem of haar is. Het Parool publiceert de columns wekelijks.

Lees meer over dit columnproject in samenwerking met ‘Het Parool’.

Wilt u ook verblijven in het schrijvershotel? Geniet van een unieke ervaring in het Ambassade Hotel met deze speciale arrangementen of kom de bibliotheek bewonderen na een bezoek aan ons zonnige terras aan de Herengracht!

Aaf Brandt Corstius

Aaf Brandt Corstius (1975) is columnist voor publicaties zoals de Volkskrant, Margriet en Flow. Ze publiceerde eerder boeken waaronder *Het jaar dat ik dertig werd*, *Handboek voor de moderne vrouw* en *Eindelijk 40*. Ze schrijft toneelstukken voor mugmetdegoudentand en speelt momenteel de solovoorstelling *Welkom in mijn treurige jeugd*. Ze is getrouwd en heeft twee kinderen en twee stiefkinderen.

Aaf brandt corstius

Fietsbellen

Vlak voordat ik naar het Schrijvershotel reisde – een tocht van twintig minuten, gemaakt op de fiets, maar wel met twee tassen en een yogamat aan het stuur, en in een plakkerige dertig graden, dus het voelde als een reis – las ik een interview met de beroemde Amerikaanse thrillerschrijver David Baldacci. Daarin vertelde hij toevallig genoeg over iets wat hem in datzelfde Schrijvershotel overkwam.

David Baldacci logeerde er in 2001, vlak na 11 september. De wereld wiebelde, hij voelde zich angstig. ’s Nachts lag Baldacci wakker, geplaagd door die gedachten en een jetlag, stel ik me zo voor, toen hij buiten op de gracht iemand met een fietsbel hoorde rinkelen.

Dat prozaïsche geluid zorgde ervoor dat Baldacci ineens besefte dat de wereld nog steeds draaide, alles misschien zou goedkomen, fietsbellen nog belden, et cetera. ‘Iemand fietst en belt. All is well. Het leven gaat door. Dat kleine, rinkelende belletje in Amsterdam gaf me weer wat hoop.’

Ik had nog nooit iets gelezen van David Baldacci, maar het verhaal nam me voor hem in. Ik wist ook meteen zeker dat hij een goeie schrijver was, al schreef hij misschien niet het soort boeken dat ik zou kopen (zijn nieuwste boek heet Dodelijk spel en gaat over ‘Een corrupte politicus, een femme fatale en een private eye die voor niets en niemand terugdeinst’). Dat je een fietsbel hoort en daaruit concludeert dat het leven doorgaat – dat is erg mooi.

In de coronatijd was het soms best lastig om de fietsbel te horen.

Waar zo’n pandemie voor een columnschrijver als ikzelf aanvankelijk een flinke bron van nieuwe inspiratie lijkt (spanning! sensatie! virologen! mondkapjes! wappies! vaccin! – het verhaal schreef zichzelf), had ik op een gegeven moment wel erg veel zin om die fietsbel te horen rinkelen, en in een stukje te verwerken.

Iets hoopgevends schrijven dus, daar hunkerde ik naar, en niet in de zin van ‘Dit is de grote reset’ of ‘We gaan hier allemaal zo veel van leren’ (we weten inmiddels dat dat niet waar is), maar gewoon, op een originele manier iets opschrijven dat tot monterheid stemt. Dat was best moeilijk.

Nu lag ik in hetzelfde hotel als Baldacci, misschien zelfs in dezelfde kamer, want ik keek uit op de gracht, en ook ik was midden in de nacht wakker. Ik leed namelijk aan zo’n verregaande vorm van hooikoorts dat ik net had gegoogeld ‘Kun je doodgaan aan hooikoorts?’

Buiten was het leven eindelijk weer begonnen. Terrassen waren open, mensen keken samen voetbal.

Op de gracht voer een sloep, zo te horen met een stuk of tien druk pratende stomdronken mensen, die keiharde, pompende muziek draaiden. Normaal had ik me daaraan geërgerd.

Nu waren ze mijn fietsbel.

Bekijk hier de column op de website van 'Het Parool'.

Wat is een schrijvershotel zonder schrijvers? Een pen zonder inkt? Gedurende zes maanden wordt er wekelijks een auteur uitgenodigd voor een verblijf in het Ambassade Hotel en beschrijft daar hoe het schrijverschap in deze tijd voor hem of haar is. Het Parool publiceert de columns wekelijks.

Lees meer over dit columnproject in samenwerking met ‘Het Parool’.

Wilt u ook verblijven in het schrijvershotel? Geniet van een unieke ervaring in het Ambassade Hotel met deze speciale arrangementen of kom de bibliotheek bewonderen na een bezoek aan ons zonnige terras aan de Herengracht!

Adriaan van Dis

Adriaan van Dis (1946) groeide op in Bergen, tussen halfzussen en ouders met een Indische (oorlogs)geschiedenis. In februari 2021 verscheen KliFi, een bittervrolijke vertelling over uit de pas lopen, onze neiging tot conformeren en veinzen, en over lastige vriendschappen. In november 2021 verscheen zijn verhalenbundel Vijf vrolijke verhalen.

Adriaan van dis

De beste plek om te verblijven is uiteindelijk een boek

Vertroeteld in de kortste nacht, gewekt door vogels aan de gracht… Rijm dat mij aanvloeide in Hotel Ambassade na een intense verkenning van de minibar: Cognac, Johnny Walker… ja, dan spelen de muzen op. En de herinneringen: hoeveel schrijvers hebben Ellen Jens en ik hier de laatste veertig jaar wel niet bezocht? Gasten die waren uitgenodigd voor het VPRO-boekenprogramma Hier is… Maya Angelou, Roald Dahl, Elfriede Jelinek, Martin Amis, David Grossman, Annie Cohen-Solal, Hilary Mantel… Hun boeken staan gesigneerd in de bibliotheek van het hotel, hun handtekeningen in de gastenboeken: See you next book, schreef Amos Oz.

Voorgesprekken hielden wij nooit (hét recept voor saaiheid) we maakten kennis en dronken een glaasje of slurpten een oester mee met Umberto Eco, die schotel na schotel liet aanrukken. En nu was ik zelf te gast en sliep ik op loopafstand van mijn huis. De reiziger in mij zou graag in een hotel willen wonen: elke dag schone lakens, ontbijt op bed, veel personeel en troost van de minibar. Vladimir Nabokov betrok een suite in Le Montreux Palace, Arthur Miller en Patti Smith schreven in het Chelsea in New York en Oscar Wilde stierf in Hotel d’Alsace te Parijs – geplaagd door lelijk behang: My wallpaper and I are fighting a duel to the death. One or the other of us has to go.

In vele landen wonen en nergens thuis zijn – het is nog altijd mijn ideaal. Ooit dreigde het bijna te lukken, toen ik voor de zoveelste keer bleef zitten en vooral weg uit huis wou. De Hogere Hotelschool in Den Haag leek me een mooie ontsnapping. ‘Op één voorwaarde,’ zei mijn moeder, ‘eerst hotelervaring opdoen om te kijken of het bevalt.’ Ik koos voor het deftigste en duurste: Kasteel de Hooge Vuursche te Baarn. Logeerhuis voor koninklijke gasten en omroepsterren. Maar oud-minister-president Willem Drees werd daar tijdens zijn vakantie niet herkend en bediend omdat fietsers niet welkom waren. Ik volgde er de opleiding tot kelner. Loon: 27 gulden per week. Een wit kort jasje werd mij aangemeten, met gouden epauletten. Het was één grote inwijding: perziken in Grand Marnier flamberen, tong met een lepel fileren, wijnen ontkurken. Thuis dronken wij een keer per jaar met kerst een fles bisschopswijn (en riep mijn moeder na één glas: ‘o jee, ik ben teut’) nu zag ik voor het eerst van mijn leven zwaar beschonken mannen in smoking en dames in decolleté.

Na het behalen van het getuigschrift ambulant kelner A deed ik toelatingsexamen voor de Hotelschool te Den Haag. Gezakt. ‘Adriaan is meer een jongen voor de praktijk.’ Te dom dus. Uit armoe heb ik toen maar mijn school afgemaakt en ben ik veel gaan lezen. In een boek logeer je uiteindelijk het beste.

Bekijk hier de column op de website van 'Het Parool'.

Wat is een schrijvershotel zonder schrijvers? Een pen zonder inkt? Gedurende zes maanden wordt er wekelijks een auteur uitgenodigd voor een verblijf in het Ambassade Hotel en beschrijft daar hoe het schrijverschap in deze tijd voor hem of haar is. Het Parool publiceert de columns wekelijks.

Lees meer over dit columnproject in samenwerking met ‘Het Parool’.

Wilt u ook verblijven in het schrijvershotel? Geniet van een unieke ervaring in het Ambassade Hotel met deze speciale arrangementen of kom de bibliotheek bewonderen na een bezoek aan ons zonnige terras aan de Herengracht!