Pieter Waterdrinker
Pieter Waterdrinker (1961) is journalist en
schrijver van grootse, panoramische romans zoals *Lenins balsem*, *Poubelle* en het succesvolle *Tsjaikovskistraat 40*. Zijn meest recente roman *De rat van Amsterdam* is alom geprezen. Zijn werk is vertaald in het Engels, Duits en Russisch.

Hotel Kinderen
Ik ben opgegroeid in een hotel. Zijn er nog andere hotelkinderen in onze nationale letteren? Hotelmensen zijn er in ieder geval genoeg. Met Arnon Grunberg als ultieme vaandeldrager van Joseph Roth. Hoewel Roth geboren werd in een huis in Oekraïne, schreef, dronk en leefde hij tot zijn dood in hotels. Wat is een ‘hotelmens’? Uiteindelijk, en ik bedoel dat niet onaardig, is het iemand die zich laat bedienen.
Hotels zijn, net als badplaatsen, plekken waar mensen zich een beetje losgezongen voelen, los van het normale leven, dat vaak een puinhoop is. Materieel, existentieel, erotisch. Ruimtes om op verschillende manieren in te vullen. Uitstekend materiaal voor romanschrijvers! Wij werkten in de horeca van het kleine hotel, café, restaurant, zaaltje en vooral ‘werkhuis’ dat mijn grootvader na de oorlog begon. Mijn drie ooms, Jacob, Benno en Simon Waterdrinker. En mijn vader, die na jaren als koksmaat op de koopvaardij naar Zuid-Amerika zijn eigen ‘vuur’, ofwel fornuis, kreeg.
Hotel Zomerlust in Zandvoort. Het bestaat niet meer. Dat waren vreemde jaren. De jaren waarin ik opgroeide. Een miljoen... wat zeg ik? Zes miljoen wienerschnitzels, die mijn vader bakte voor Duitse badgasten in de jaren ’50, ’60, ’70 en ’80. In theorie dus ook voor de Wehrmachtsoldaat die hem als jongen in de Haarlemmerhout in zijn been schoot, in het laatste oorlogsjaar.
Op de leeftijd waarop jonge schrijvers tegenwoordig al kunnen pronken met een bekroond oeuvre, was ik nog borden aan het afwassen, koken en bedienen in Zandvoort. Inmiddels ben ik iemand die bediend wordt. Misschien is dat wel de enige echte verandering in mijn leven: van bediener naar bediende. Maar je raakt er nooit aan gewend. Nog steeds wend ik mijn hoofd een beetje beschaamd af wanneer er een glas wijn, een kop soep of een bord pasta voor me wordt neergezet. Ik verlaat nooit een hotelkamer zonder eerst mijn bed op te maken, ook al weet ik dat de kamermeisje zo meteen langskomt met schoon beddengoed. Het is een eerbetoon aan mijn moeder. Een miljoen... wat zeg ik? Ze heeft zes miljoen lakens verschoond in haar leven. Veel kleine middenstanders waren in die tijd arbeiders voor zichzelf.
Inmiddels ben ik al dertig jaar ‘offshore’. Wat is Holland nu nog voor mij? Behalve het kerkhof van hen die ik liefhad? Een hotelkamer. ‘Laat me je hotelkamer zien, en ik zeg je wat voor schrijver je bent!’ In Moskou, Sint-Petersburg, Bakoe, Grozny, Tasjkent, Odessa, Jalta en andere plaatsen raakte ik tijdens mijn werkreizen gewend aan de weelderige luxe van hotels. Maar terug in Holland wachtte me meestal een gammel logeerbed of een hotel van bedenkelijk niveau. Het duurde zo’n zeven romans voordat uitgevers, opdrachtgevers en programmamakers in het vaderland me ontvingen met een gastvrijheid die normaal gesproken alleen buitenlandse schrijvers ten deel valt. En zo, beste lezer, belandde ik uiteindelijk in het Ambassade Hotel in Amsterdam. Mijn thuis in Nederland. Het enige. Reden genoeg om het literaire vuur te laten roken, loeien en knetteren.
Bekijk hier de column op de website van 'Het Parool'.
Wat is een schrijvershotel zonder schrijvers? Een pen zonder inkt? Gedurende zes maanden wordt er wekelijks een auteur uitgenodigd voor een verblijf in het Ambassade Hotel en beschrijft daar hoe het schrijverschap in deze tijd voor hem of haar is. Het Parool publiceert de columns wekelijks.
Lees meer over dit columnproject in samenwerking met ‘Het Parool’.
Wilt u ook verblijven in het schrijvershotel? Geniet van een unieke ervaring in het Ambassade Hotel met deze speciale arrangementen of kom de bibliotheek bewonderen na een bezoek aan ons zonnige terras aan de Herengracht!