Ian Buruma

What is a writers hotel without writers? A pen without ink? For six months, an author will be invited every week to stay at the Ambassade Hotel and describe what being a writer in these times is like for him or her. The Amsterdam-based daily newspaper ‘Het Parool’ publishes these columns weekly.

View the column on the website of ‘Het Parool’.

Would you like to stay at the writers’ hotel as well? Enjoy a unique experience in the Ambassade Hotel with these special offer packages or come and admire the library after visiting our sunny terrace on the Herengracht!

Ronald Giphart

What is a writers hotel without writers? A pen without ink? For six months, an author will be invited every week to stay at the Ambassade Hotel and describe what being a writer in these times is like for him or her. The Amsterdam-based daily newspaper ‘Het Parool’ publishes these columns weekly.

View the column on the website of ‘Het Parool’.

Would you like to stay at the writers’ hotel as well? Enjoy a unique experience in the Ambassade Hotel with these special offer packages or come and admire the library after visiting our sunny terrace on the Herengracht!

Jan Mulder

What is a writers hotel without writers? A pen without ink? For six months, an author will be invited every week to stay at the Ambassade Hotel and describe what being a writer in these times is like for him or her. The Amsterdam-based daily newspaper ‘Het Parool’ publishes these columns weekly.

Een mooi oud pand, gelegen aan een gracht. Prettige entree en dan loop je verhalen binnen. Hier zijn anekdotes geboren, beroemde roddels verspreid, ruzies en verzoeningen geschreven. ­­

Ik ga met de lift naar de eerste verdieping. Een gang. Mijn kamer is op het einde van die gang. Ik kom er niet doorheen, hoewel dat fysiek mogelijk moet zijn: ik ben nog goed ter been en de ruimte tussen de muren is ruim een meter, waar ik zelf in de breedte een centimeter of zestig meet.

Halverwege willen de benen niet meer vooruit: mijn ogen blijven achter een schilderij haken. Aan beide muren hangen werken van de kunstenaar Theo Wolvecamp. Tientallen jaren heb ik ze nu al zien hangen en niet één keer ben ik ze voorbijgelopen zonder in vervoering te raken. Een beeldschone onbekende vrouw die me door een kier van de deur naar haar kamer lokt, de vermoeidheid na de harde arbeid die me overmant, een Amerikaans echtpaar dat de weg naar het Rijksmuseum vraagt: ik wil misschien wel, maar het ontgaat me allemaal, ik ben verdwenen in beschilderd pakpapier.

Wat veel eigenaren niet weten, is de waarde van kunst voor de aantrekkingskracht van hun hotel. Wat je er over het algemeen aantreft, zie je ook wel in de wachtkamer van de tandarts. Goede schilderijen geven het hotel allure, ahum, identiteit. Fijne bijkomstigheid van een kunsthotel zijn de schrijvers, die zich er graag laten interviewen. Zij hebben smaak en voelen zich thuis in het kunsthotel.

Het predicaat schrijvershotel spreekt meer tot de verbeelding dan kunsthotel. Om onnaspeurbare redenen is mijn kunsthotel zelf ook meer gesteld op schrijvers (fijnzinnige types) dan op schilders (ruwe binken) met hun wulpse aanhang. Meestal krijg je de twee voor één prijs. Is er sprake van goede kunst aan de muur, staan er schrijvers in het gastenboek. Hun gesigneerde werken kunnen we in de bibliotheek annex bar lezen. De barkeeper zou een mooi boek over het eeuwig komende en vertrekkende kunstvolk kunnen schrijven, hij deed dat nog niet.

Tot slot zou ik een anekdote aan mijn hotel willen toevoegen. Enkele jaren geleden, ik was aan het inchecken, sleurde een jongeman twee zware koffers uit de lift. Ik kende hem van zijn politieke commentaren in het televisieprogramma De Wereld Draait Door. “Hé, Sywert.” Om wat bij te verdienen, werkte hij in het schrijvershotel als manusje-van-alles. Achter Sywert stonden de gasten die naar Schiphol moesten, hij groette me snel, en met zijn laatste krachten tilde hij hun koffers in de achterbak van de taxi, haastte zich daarna naar een enorme zak met vuil beddengoed. Ik bewonderde hem.

View the column on the website of ‘Het Parool’.

Would you like to stay at the writers’ hotel as well? Enjoy a unique experience in the Ambassade Hotel with these special offer packages or come and admire the library after visiting our sunny terrace on the Herengracht!

Schrijvershotel Pieter Waterdrinker

Pieter Waterdrinker

Schrijvershotel Pieter Waterdrinker

What is a writers hotel without writers? A pen without ink? For six months, an author will be invited every week to stay at the Ambassade Hotel and describe what being a writer in these times is like for him or her. The Amsterdam-based daily newspaper ‘Het Parool’ publishes these columns weekly.

Ik ben opgegroeid in een hotel. Zijn er nog meer hotelkinderen in de vaderlandse letteren? Hotelmensen zijn er genoeg. Met Arnon Grunberg als Joseph Roths ultieme vaandeldrager. Roth werd dan wel geboren in een huis in Oekraïne – hij schreef, dronk, leefde tot aan zijn dood in hotels. Wat is een ‘hotelmens’? Uiteindelijk, en dit bedoel ik niet rot, is het iemand die zich laat bedienen.

Met badplaatsen hebben hotels gemeen dat de mens er zich enigszins onthecht voelt; los van het normale leven, dat vaak een bende is. Materieel, existentieel, erotisch. Leegtes om allerwegen te vullen. Fraaie stof voor romanciers! In het hotelletje, café, restaurant, feestzaal, maar vooral ‘werkhuis’ dat mijn grootvader na de oorlog begon, stonden wij aan de bedienende kant. Mijn drie ooms – Jacob, Benno, Simon Waterdrinker. En mijn vader, die na jaren als koksmaatje op de grote vaart naar Zuid-Amerika zijn eigen ‘kachel’ kreeg, ofwel: fornuis.

Hotel Zomerlust te Zandvoort. Het bestaat niet meer. Het waren vreemde jaren. De jaren waarin ik groot werd. Een miljoen, wat zeg ik? Zes miljoen wiener­schnitzels heeft mijn vader gebakken voor Duitse badgasten in de jaren 50, 60, 70, 80. In theorie ook voor de Wehrmachtsoldaat die hem als jongen in de Haarlemmerhout, in het laatste oorlogsjaar, door zijn benen schoot.

Op de leeftijd waarop jonge schrijvers tegenwoordig al kunnen bogen op een bekroond oeuvre, stond ik daar in Zandvoort nog borden te wassen, te koken, te bedienen. Intussen ben ik iemand die wordt bediend. Misschien is dat de enige wezenlijke transformatie in mijn leven: van bediende tot iemand die wordt bediend. Maar het went nooit. Nog altijd draai ik mijn hoofd van lichte gêne weg als een glas wijn, een kop soep of een bord pasta voor me wordt neergezet. Een hotelkamer verlaat ik nooit zonder mijn bed te hebben opgemaakt, ook al weet ik dat zo direct het kamermeisje komt met de schone lakens. Het is een eerbetoon aan mijn moeder. Een miljoen, wat zeg ik? Zes miljoen lakens heeft ze in haar leven verschoond. Veel middenstanders waren destijds arbeider van zichzelf.

Intussen ben ik dertig jaar buitengaats. Wat is Nederland nog voor mij? Naast de begraafplaats van mijn dierbaren? Een hotelkamer. “Toon mij uw hotelkamer, en ik zeg u wat voor een schrijver u bent!” In Moskou, Sint-Petersburg, Bakoe, Grozny, Tasjkent, Odessa, Jalta en andere plaatsen was ik op mijn dienstreizen aan de somptueuze luxe van hotels gewend geraakt. Maar eenmaal weer in Holland, wachtte mij een mank logeerbed, of een hotelkamer uit de onderklasse. Het duurde zeker een roman of zeven voordat uitgevers, mecenassen en programmamakers mij in het vaderland onthaalden op een gastvrijheid die doorgaans slechts buitenlandse schrijvers ten deel valt. En zo, ­lieve lezer, ben ik verzeild geraakt in het Ambassade Hotel te Amsterdam. Mijn huis in Holland. Het enige. Reden om het literaire vuur verder te laten dampen, loeien en knappen.

View the column on the website of ‘Het Parool’.

Would you like to stay at the writers’ hotel as well? Enjoy a unique experience in the Ambassade Hotel with these special offer packages or come and admire the library after visiting our sunny terrace on the Herengracht!

Tommy Wieringa Schrijvershotel Ambassade Hotel

Tommy Wieringa

Tommy Wieringa Schrijvershotel Ambassade Hotel

What is a writers hotel without writers? A pen without ink? For six months, an author will be invited every week to stay at the Ambassade Hotel and describe what being a writer in these times is like for him or her. The Amsterdam-based daily newspaper ‘Het Parool’ publishes these columns weekly.

Aan een tafel bij het raam twee heren van halverwege de zestig. Ze prijzen het uitzicht en de wijn. Het uitzicht: de gracht, de iepen, de huizen aan de overkant. De wijn: Apostelhoeve Cuvée XII uit 2019. Ze bestuderen het etiket langdurig. Zo’n mooie beendroge wijn van eigen bodem, het houdt niet op ze te verbazen.

Ze kennen veel dezelfde mensen, de olie van de conversatie. Wat een aangenaam gespreksonderwerp is de bekende die faalde in zijn beroep en zijn huwelijk, wat voelt hun deernis over zijn mislukking warm en goed. “Hij heeft natuurlijk ook de pech dat zijn ouders zo oud worden,” zegt de een. De ander beaamt dat. “Als er nou eens eentje zou overlijden, dan valt er ook een keer iets zijn kant op, hè.”

Zelf baden ze in het comfort van goede investeringen. Ook het huwelijk rekenen ze daartoe: een investering die zich heeft uitbetaald in kinderen en kleinkinderen. Niet alles pakte even goed uit, neem het appartement in Bangkok. De man zucht. “Je spreekt de taal niet, de jetlag wordt steeds zwaarder, helemaal als je van west naar oost reist.”

Ze hebben het verkocht en er in Dubai iets voor teruggekocht. Van noord naar zuid is beter. “Daar is het nu 24 graden, en je betaalt geen cent loonbelasting of inkomstenbelasting. Ideaal.”

De ander kocht het Amsterdamse appartement voor zijn zoon voor 350.000 euro en verkocht het onlangs voor een half miljoen. Je bent een dief van je eigen portemonnee als je het niet doet.

Twee mannen, uitbollend in de herfst van hun leven. Ze hebben het beste eruit gehaald, er zal nooit meer een generatie zijn die het beter heeft. Het geluk was hun verdienste, het ongeluk domme pech. Hoe ze de wereld achterlaten is hun zorg niet. ‘Heer, geef me het vertrouwen van een middelmatige witte man’, verzuchtte een Canadese schrijfster een paar jaar terug op Twitter. Een zin die vleugels kreeg;

ook vandaag staat hij in onzichtbare inkt geschreven boven een tafel aan het raam van het hotel-restaurant.

“Mooie stad zo, hè?” zeggen ze tegen elkaar, de ogen op de Herengracht.

Ja, een mooie stad, beaam ik in stilte. Maar zo onvast, sinds deze week de kranten vol staan met de uitkomsten van het grote klimaatrapport. Sindsdien kruipt het water over de rand van de kades, de trottoirs, de trappen naar de grachtenhuizen. Deze kamers, alles wat we maakten. Dit hotel, waar het al tot aan de eerste verdieping staat. Komt de vloed dan klotst het tegen het plafond. In bed, de zee rond de beddenpoten, sla ik het hotelbijbeltje open. Mensen – hun dagen zijn als het gras, zij bloeien als bloemen in het open veld; dan waait de wind, en ze zijn verdwenen, en niemand weet waar ze hebben gestaan.

View the column on the website of ‘Het Parool’.

Would you like to stay at the writers’ hotel as well? Enjoy a unique experience in the Ambassade Hotel with these special offer packages or come and admire the library after visiting our sunny terrace on the Herengracht!

Tom Lanoye

 

What is a writers hotel without writers? A pen without ink? For six months, an author will be invited every week to stay at the Ambassade Hotel and describe what being a writer in these times is like for him or her. The Amsterdam-based daily newspaper ‘Het Parool’ publishes these columns weekly.

PIED-À-TERRE

Hoeveel Belgen dromen niet van een pied-à-terre in Amsterdam? Om eerlijk te zijn: erg weinig. De meeste Belgen dromen van Parijs, zweren bij Berlijn, prijzen London om zijn winkels en Barcelona om zijn Ramblas. De snobs worden vooral vochtig van Venetië. En welke Belg is niet in de wieg gelegd om — onder zijn laagje beleefdheid dat achterbaksheid heet — snob te zijn en snob te blijven?

Neem nu mezelf. Ik lach al die bovenstaande Belgen uit en ik verbijster hen door te beweren dat je nergens in Europa beter kunt eten en flaneren en potverteren en musea bezoeken en feesten en toneelkijken en slapen dan in Amsterdam. Zeker in coronatijden, als alle andere toeristen eindelijk ook eens in drommen wegblijven, waardoor die achterlijke kaasbollen- en Nutellawinkels hopelijk allemaal failliet gaan. Ik heb nooit gezegd dat Amsterdam perfect is.

Van de andere kant: mijn schoonmoeder is hier geboren, mijn uitgeverij is gehuisd in het mooiste pand van de Herengracht en mijn Amsterdams pied-à-terre bevindt zich eveneens aan die prachtgracht. Ik voel me er thuis zonder dat ik eerst een paar banken heb moeten beroven. Want met die huizenprijzen komt het nooit meer goed, nergens boven de Moerdijk. Ik heb nooit gezegd dat heel Nederland perfect is. Wat ik wel zeg, de laatste tijd — kijkend naar de niet-regeringsvorming in Den Haag — is dat Nederland in ijltempo aan het veranderen is in België. Als Belg moet je dus zeker zo snel mogelijk naar Amsterdam sporen, alvorens het verandert in Antwerpen of Brussel. Geloof me: die zijn allebei nog verder van perfect.

Als ze dat doen, die benieuwde Belgen, naar Amsterdam reizen dus, dan hoop ik dat ze mijn pied-à-terre overslaan. Ik voel me al jaren zo thuis in Hotel Ambassade dat ik soms de politie wil bellen om de andere bezoekers eruit te laten zetten wegens huisvredebreuk. In het Vlaams heet dat nog mooier. ‘Woonstschennis.’

Vroeger zag je ook nooit Nederlandse auteurs in Hotel Ambassade. Vandaar misschien de naam. Je móest buitenlander zijn om binnen te mogen. Toen begon Arnon Grunberg te schrijven. En dus te reizen. Vroeger reisde men om te leren, sinds Grunberg reis je om te schrijven. Ook hij is niet altijd perfect, maar hij heeft wel smaak. Anders koos hij in zijn geboortestad wel een ander hotel als pied-à-terre. Hij zit er inmiddels meer dan ik.

Soms zie ik hem bij het ontbijt en dan zwaaien we eens naar elkaar. Dat is, toegegeven, het voordeel aan een hotel versus een echt pied-à-terre. In een echt pied-à-terre overkomt het je zelden dat je bij je ontbijt zit te zwaaien naar Arnon Grunberg. Ik heb ook al eens gezwaaid naar Sandro Veronesi en naar Donna Tartt, maar die zwaaiden niet terug. Dat krijg je met buitenlanders. Zij kijken weg van andere buitenlanders.

Bij een echt pied-à-terre hoort een familie. Bij Ambassade is dat een soort Afrikaanse extended family. Ik ken werkelijk geen ander hotel ter wereld — ja, ik beken: ik reis soms ook weleens naar andere steden — waar ik zo hartelijk word begroet, door mensen die mijn naam kennen en wier naam ook ik ken. Bij mijn eerste post-coronaverblijf was dat een van de hoogtepunten, zonder ironie. De slavernijtententoonstelling in het Rijks en het geleid bezoek aan de Hermitage waren natuurlijk top, maar ik genoot evenveel van het lekkere kletsen met Claudia en Wim en Eelco en Tamara e tutti quanti. Ons beklagend dat we elkaar twee jaar hadden moeten missen. En op onze vingers natellend hoeveel jaar het geleden moet zijn geweest dat ik en mijn vent hier voor het eerst sliepen.

Dat was naar aanleiding van een Boekenbal tijdens een Boekenweek waarbij de Vlaamse letteren in het brandpunt stonden. Erg lang geleden dus. Hugo Claus en Harry Mulisch leefden nog. Ze stonden naast elkaar op die mooie overloop in de Stadsschouwburg, als een koninklijk paar dat audiënties en kushandjes verleende aan het plebs. Wij, het plebs, gingen liever dansen en zuipen op het podium van de theaterzaal.

Die nacht vond mijn man een van zijn contactlenzen niet terug in de badkamer van onze toekomstig pied-à-terre. Hij had ze nochtans net uitgedaan, allebei. In mijn herinnering kropen we een uur rond op onze knieën, zoekend en vloekend, tot we tenslotte maar gingen pitten.

We vonden de lens alsnog terug, vlak vóór het ontbijt. In een spleet tussen de wasbak en de muur. Je zult me niet horen zeggen dat mijn pied-à-terre perfect is. Voor een schrijvershotel hangen er wel erg veel schilderijen. Maar de bibliotheek is nog groter. En op die spleet na had ik in al die jaren weinig andere klachten.

Tom Lanoye

 

View the column on the website of ‘Het Parool’.

Would you like to stay at the writers’ hotel as well? Enjoy a unique experience in the Ambassade Hotel with these special offer packages or come and admire the library after visiting our sunny terrace on the Herengracht!

Schrijvershotel Maartje Wortel

Maartje Wortel

Schrijvershotel Maartje Wortel

What is a writers hotel without writers? A pen without ink? For six months, an author will be invited every week to stay at the Ambassade Hotel and describe what being a writer in these times is like for him or her. The Amsterdam-based daily newspaper ‘Het Parool’ publishes these columns weekly.

Een schrijvende vriend van mij vertelde dat hij, als hij een opdracht aangeboden krijgt, zich afvraagt of er twee van de drie p’s afgevinkt kunnen worden. Sorry? vroeg ik. Ik hou van taal en van afzonderlijke letters en ook best van dada, maar toch begreep ik in deze tijden van onzekerheid graag waar hij het over had.

Ken je dat principe niet? vroeg hij. Ik schudde mijn hoofd van niet. Meteen was daar het schuldgevoel ten opzichte van alles in de wereld wat ik nog niet weet. Om maar te zwijgen over alles wat ik überhaupt nooit te weten zal komen. Van de drie p’s heb ik niet eerder gehoord, zei ik zacht.

De vriend tikte met zijn ene wijsvinger op zijn andere om zijn p’s kracht bij te zetten. Plezier, ­prestige en poen. Hij zei dat aan twee van deze ‘eisen’ voldaan moest worden voordat hij ja zei tegen een opdrachtgever. Anders heb je er niets aan, zei hij.

Ik keek hem met grote ogen aan. Ikzelf zeg altijd gewoon ja. Tegen alles. Clarice Lispector schreef: ‘Alles op de wereld begon met een ja.’ En zo is het. Soms vergeet ik dat dingen niet hoeven te beginnen. Niet alles wat kan hoeft. Al weet ik niet of dit een goed moment is om de geschiedenisboeken in te gaan als het moment waarop ik besefte dat ik een paar p’s kon eisen. Dat privilege kan inmiddels bijna niemand zich meer veroorloven. Of je moet de Grand Prix in Zandvoort organiseren, in dat geval mag je anderen vragen voor minder dan één p op te komen draven. Als je zelf maar genoeg plezier, prestige en poen hebt… Maar goed, over die Grand Prix is nu wel genoeg gezegd.

De vriend en ik dronken een beker koffie op zijn balkon. Zelf heb ik dat met meisjes, zei ik. Nu was hij degene die mij vragend aankeek. Ik vertelde hem dat ik jarenlang drie k’s in mijn hoofd had als ik iemand leuk vond. Kaas, kamperen en katten.

De vriend keek me ongelovig aan. Echt, zei ik. Al heb ik die gouden driehoek momenteel min of meer uit noodzaak losgelaten. Dus nu zit je met hotels, honden en hompen vlees, vroeg hij? Zoiets, zei ik. Ik vertelde hem dat ik en mijn geliefde uitgenodigd waren om te komen overnachten in het Ambassade Hotel. Dat we daar net een uur waren toen de telefoon ging. Ik wist niet dat er telefoons af konden gaan in het hotel, zei ik.

Wie was het? vroeg hij. Ik zei dat dat er niet toe deed, maar dat ik zo geschrokken was van die telefoon die in die kamer afging dat ik besefte dat ik iemand was die eigenlijk overal ja op had gezegd vanwege enkel het plezier.

Jaloersmakend, zei de vriend. Ik keek naar zijn kat die op de rand van het balkon balanceerde. Ja, zei ik.

 

View the column on the website of ‘Het Parool’.

Would you like to stay at the writers’ hotel as well? Enjoy a unique experience in the Ambassade Hotel with these special offer packages or come and admire the library after visiting our sunny terrace on the Herengracht!

Bette Westera Schrijvershotel Ambassade Hotel

Bette Westera

Bette Westera Schrijvershotel Ambassade Hotel

What is a writers hotel without writers? A pen without ink? For six months, an author will be invited every week to stay at the Ambassade Hotel and describe what being a writer in these times is like for him or her. The Amsterdam-based daily newspaper ‘Het Parool’ publishes these columns weekly.

Alles dicht/ Alles wijkt, alles zwicht/ Alles deelt, alles dicht/ Alles zingt, alles speelt/ Alles dicht, alles deelt

Op donderdag 12 en vrijdag 13 maart 2020 bezoek ik op uitnodiging van mijn Duitse uitgever Susanna Rieder Verlag de Münchner Bücherschau Junior. Ter begroeting omhels ik mijn Duitse uitgeversvrienden Susanna en Johannes zonder terughoudendheid. Ik heb een druk programma, maar al snel horen we dat verschillende scholen hebben afgezegd. Ze willen hun leerlingen niet met het openbaar vervoer naar de locatie van de Bücherschau laten reizen. Scholen die de afstand lopend kunnen overbruggen, komen wel.

Ook bij het afscheid op vrijdag omhelzen we elkaar, het zou vreemd voelen om het niet te doen. Gelukkig rijdt de trein nog, al is die wel opvallend leeg voor een vrijdagmiddag. Twee dagen later moeten alle horecagelegenheden in Nederland hun deuren hals over kop sluiten.

De maanden die volgen ervaar ik als een oase van rust. Opeens houd ik tijd over om te wandelen, te lezen en nieuwe recepten uit te proberen. Er komen vragen binnen voor voorleesfilmpjes en andere ­digitale alternatieven voor contact met mijn lezerspubliek. Ik zeg een paar keer ja, maar binnen de kortste keren ben ik al die voorleesselfies beu. Waarom niet gewoon accepteren dat sommige dingen even niet kunnen of mogen?

Ik schrijf gedichtjes over de zin en onzin van het hamsteren van wc-papier, knuffeltrommeltjes, vakantie vieren in de achtertuin en dichte dierenparken. Barbara de Wolf illustreert ze en we maken er vrolijke coronakaartjes van die we digitaal én per gewone post versturen.

Ik geniet van de verbondenheid die overal om me heen voelbaar is en die inmiddels is veranderd in tweespalt. Ik koester de sociale contacten die wél kunnen: wandelen in de buitenlucht (vaak, het is heerlijk weer) en Zoomborrelen met vrienden (af en toe, met witte wijn en vegabitterballen). Ik zwem in zeeën van tijd en voel de ruimte die dat geeft in mijn hoofd. Inmiddels stroomt mijn agenda weer vol. Fijn? Ik weet het nog zo net niet…

De olifant verveelt zich en de leeuw ligt lui te gapen./ De slingeraap hangt hangerig te hangen in haar band. /De dassen doen een dutje en de wrattenzwijnen slapen./ De lynxen lopen landerig te sjokken door het zand./ De tijgers turen treurig door de tralies van hun kooien./ De ijsbeer komt zijn hol niet uit, de haas rent doelloos rond./ De mantelbaviaan zit sloom haar mannetje te vlooien./ De haan heeft zich verslapen en de oehoe houdt zijn mond./ De vos zegt sip: ‘Alweer geen kip. Geen jongens en geen meisjes/ op schouders of in karretjes, met appelsap of brood./ Geen kinderen met pinda’s voor de apen, of met ijsjes./ De dierentuin moet open, zo vervelen wij ons dood!’

View the column on the website of ‘Het Parool’.

Would you like to stay at the writers’ hotel as well? Enjoy a unique experience in the Ambassade Hotel with these special offer packages or come and admire the library after visiting our sunny terrace on the Herengracht!

Schrijvershotel Ambassade Hotel Susan Smit

Susan Smit

Schrijvershotel Ambassade Hotel Susan Smit

What is a writers hotel without writers? A pen without ink? For six months, an author will be invited every week to stay at the Ambassade Hotel and describe what being a writer in these times is like for him or her. The Amsterdam-based daily newspaper ‘Het Parool’ publishes these columns weekly.

Als je al net zo nostalgisch bent aangelegd als ik, kan de herinrichting aan een plek in het straatgezicht of in een gebouw waar je vaak komt als een persoonlijke belediging aanvoelen. De zucht naar vernieuwing voelt als spottende minachting van de ervaringen die jij daar hebt opgedaan, die daar zaten opgeslagen tussen de wollen draden van het tapijt en de kieren van de raamkozijnen. Bij het schuren van het hout, het verwijderen van het meubilair en het stuken van de muren zijn ze vrijgekomen en vervlogen. Gedoemd zijn de weemoedigen, want alles valt uiteen en krijgt opnieuw vorm. Elk vasthouden levert alleen maar kramp in je handen op.

De oude theesalon op de eerste verdieping van het Ambassade Hotel. Ooit werden er schrijvers over hun laatste boek geïnterviewd, nu dineren en ontbijten er hotelgasten – zoals ik, vandaag. Ik kan me de trolley met thee en lekkernijen die naar binnen werd gereden herinneren, en de slinger van de staande staartklok die door iemand werd vastgehouden om het getik in tv-opnamen te voorkomen. De kroonluchter hangt er nog, stel ik tot mijn opluchting vast.

De mooiste ontmoeting die ik in de theesalon had was twintig jaar geleden met de Colombiaanse presidentskandidate Ingrid Betancourt, die een autobiografie had uitgebracht. Ik kan haar nog zien zitten op de fluwelen bank bij de hoge ramen, met haar breekbare gestalte, zachte uitstraling en ijzeren wil om een einde te maken aan de corruptie in haar land. Woede omschreef ze als haar voornaamste krachtbron. Lijfwachten stonden overal te posten, en toch verstijfde ze toen er ergens met een klap een deur dichtviel.

Drie dagen na ons gesprek werd ze uit de auto gesleurd en ontvoerd door de Farc. Zes jaar bracht ze in de Colombiaanse jungle door. In die jaren kon ik niet langs het hotel fietsen zonder haar voor even me te zien. Zou ze nog leven? Zou haar vechtlust nog intact zijn?

Betancourt ontsnapte uit de handen van haar bewakers, maakte een helse tocht door de jungle en herenigde zich met haar gezin. Nadat ze een boek had geschreven over haar ontvoering, trof ik haar weer, op dezelfde bank. De combinatie van zachtheid en strijdbaarheid die ze uitstraalde was gebleven, maar ditmaal doorleefd. Opnieuw verworven. Ze had haar bewakers leren begrijpen, vertelde ze, niet omdat ze het met hen eens was, maar omdat ze zich bewust was geworden van de complexiteit van het mens-zijn. “Ik zag mededogen in een nieuw licht,” zei ze, “als een essentiële waarde.” Het bleek niet langer de woede, maar de compassie te zijn die haar op de been hield.

Alles valt uiteen, krijgt opnieuw vorm. En valt dan weer uiteen.

View the column on the website of ‘Het Parool’.

Would you like to stay at the writers’ hotel as well? Enjoy a unique experience in the Ambassade Hotel with these special offer packages or come and admire the library after visiting our sunny terrace on the Herengracht!

Auke Hulst Schrijvershotel

Auke Hulst

Auke Hulst Schrijvershotel

What is a writers hotel without writers? A pen without ink? For six months, an author will be invited every week to stay at the Ambassade Hotel and describe what being a writer in these times is like for him or her. The Amsterdam-based daily newspaper ‘Het Parool’ publishes these columns weekly.

Vraag Google wie ik ben en de digitale vraagbaak zal melden: schrijver/schrijver-muzikant. Het enige waarvoor ik enige opleiding heb genoten, echter, is fotografie, in de vorm van twee chaotische jaren op de Groningse kunstacademie Minerva. Zo nu en dan komt die Ausbildung weer van pas, bijvoorbeeld wanneer er geen budget is om een fotograaf mee te sturen naar verre bestemmingen. En op de dag van mijn eerste ervaring met het Ambassade Hotel, in 2009.

Goede vriend en toenmalig huisgenoot Stefan Kuiper zou daar voor weekblad De Groene Amsterdammer een beroemdheid moeten interviewen, naar hij zei: Frank Boeijen. Helaas bleek de fotograaf van dienst verhinderd. Of ik alsjeblieft op stel en sprong mijn camera kon afstoffen. Eenmaal gearriveerd bleek het niet om de Nijmeegse zanger te gaan, maar om de Australische schrijver en kunstcriticus Robert Hughes, een beruchte brombeer.

De heer Hughes, omvangrijk van brein en buik, slecht ter been en weinig toeschietelijk, had net ontbeten en was niet van zins veel moeite te doen. Verplaatsen naar een fotogenieke kamer? Hoe ver dachten we eigenlijk dat hij kon lopen? Zet maar een luie stoel voor het hotel, dat is vanuit de foyer nog te belopen.

Hughes ging zitten, wandelstok tussen de benen, bril in de hand, strijdvaardigheid in zijn blik. Vijf minuten, dat moest genoeg zijn. ‘We’re not going to make this into Richard Avedon-session, now are we?’ En na een paar gehaaste shots: ‘Okay, boys, cripple time is over.’ Maar juist door die dwarsigheid liet de man zich als zichzelf vangen. Ik koester die foto, temeer omdat Hughes een paar jaar later is overleden.

Sindsdien ben ik vaak terug geweest om zelf schrijvers te interviewen. Maar te gast was ik nooit. Waarom ook? Ik woon er vlakbij.

Tot corona kwam. Oudjaar 2020, klokslag twaalf, had ik mijn geliefde Revka ten huwelijk gevraagd, maar we wisten direct dat het nog een tijd zou duren voor de wereld genoeg genormaliseerd zou zijn voor het feest dat ons voor ogen staat. We besloten in de tussentijd elke laatste dag van de maand onze verloving te vieren. En zo kon het gebeuren dat we op 31 januari, op het hoogtepunt van de lockdown, een nacht doorbrachten in het Ambassade Hotel, zodat Revka, die de kamer geboekt had, voor even kon voelen ‘hoe het is om aan de gracht te wonen’. Er kon zowaar gedineerd worden – niet in de kamer die we geboekt hadden, maar in een heuse suite, waarnaar we ongevraagd waren geüpgraded. Nu is het hotel niet langer dat hotel van de fotoshoot met Robert Hughes, maar vooral het hotel waar we even konden ontsnappen aan een duistere tijd en iets moois konden vieren.

View the column on the website of ‘Het Parool’.

Would you like to stay at the writers’ hotel as well? Enjoy a unique experience in the Ambassade Hotel with these special offer packages or come and admire the library after visiting our sunny terrace on the Herengracht!