Hanna Bervoets Column Schrijvershotel

Hanna Bervoets

Hanna Bervoets Column Schrijvershotel

What is a writers hotel without writers? A pen without ink? For six months, an author will be invited every week to stay at the Ambassade Hotel and describe what being a writer in these times is like for him or her. The Amsterdam-based daily newspaper ‘Het Parool’ publishes these columns weekly.

Maar wat gebeurt er nu met fictie, vroeg ik me af toen de pandemie vorig jaar uitbrak. Het was een luxevraag vanuit een luxepositie; terwijl anderen hun leven drastisch zagen veranderen, deed ik wat ik altijd gedaan had: ik zat thuis te schrijven.

Maar wat te doen met covid? Welke rol zou de pandemie toebedeeld krijgen in de moderne werken van scenaristen, reclamemakers en schrijvers zoals ik?

De kwestie genereerde zowel vrees als opwinding.

Want wij, verhalenmakers in de breedste zin, maakten ooit een afspraak, sloten een onzichtbaar contract met ons publiek. Representeert een verhaal het heden, dan tonen we dat heden min of meer getrouw ten behoeve van de geloofwaardigheid van dat verhaal. Wandelt mijn personage over het Mercatorplein, dan beweer ik daarmee dat we in Amsterdam zijn. ‘Heden’ is daarbij een breed begrip. Het kan vandaag zijn, maar ook morgen, vorige week of pakweg twee jaar geleden; iedere vertelling contemporain totdat het tegendeel bewezen is.

Mijn opwinding kwam vorig jaar voort uit het idee dat dát nu voorbij zou kunnen zijn. Wie schreef over een wereld zonder mondkapjes en persconferenties, schreef over een verleden (maar welk?) óf over een toekomst (wanneer dan?) – tenminste, naar de maatstaven van het onzichtbaar contract dat stelt dat het heden in fictie ons eigen heden representeert.

Maar inmiddels zie ik verhalenmakers dat contract steeds vaker breken.

In Goede Tijden Slechte Tijden gingen Ludo en Janine rond december altijd braaf met kerstslingers in de weer. Bij ons is het ook kerst, hoor, beweerden ze daarmee; wij delen een heden! Het afgelopen jaar zag ik Janine echter geen enkele moeite doen anderhalve meter afstand te houden van  Laura – toch een risicogroep. Plots representeerde de soapserie geen verleden, geen toekomst, maar een heel nieuw, parallel heden: een ‘nu’ zonder covid.

Niet elke serie koos daarvoor. Er is een scène in de nieuwe politieserie Mare of Easttown waarin rechercheur Mare de pixelige videobeelden van een verhoor bekijkt. Bovenin het schermpje van haar monitor ontwaarde ik een datum: februari 2020. Plots zag ik de regisseur panikeren: welke datum moest het scherm weergeven, zijn serie kon zich onmogelijk ná maart 2020 afspelen – vooruit, februari 2020 dan maar, dat was nog net geloofwaardig, toch?

Ja en nee. Die datum gaf de serie onbedoeld een extra lading. Over een maand, wist ik als kijker, zouden deze personages met hele andere dingen bezig zijn. Moordzaak whatever, het einde van de wereld diende zich aan. Door die subtiele tijdsaanduiding voelden hun beslommeringen plots relatief, misschien zelfs futiel.

Dan hebben ze het bij Goede Tijden Slechte Tijden beter begrepen. Het contract dat verhalenmaker en publiek ooit sloten, is ergens halverwege de pandemie verlopen. Misschien ging dat zo geruisloos omdat haar fundamenten nooit echt sterk waren: het veroordeelde ons tot de leugen dat verhalen over het nu gaan, waar ze altijd, zonder uitzondering, in een volslagen naïef verleden zijn gemaakt.

 

View the column on the website of ‘Het Parool’.

Would you like to stay at the writers’ hotel as well? Enjoy a unique experience in the Ambassade Hotel with these special offer packages or come and admire the library after visiting our sunny terrace on the Herengracht!

Schrijvershotel Daan Heerma van Voss

Daan Heerma van Voss

Schrijvershotel Daan Heerma van Voss

What is a writers hotel without writers? A pen without ink? For six months, an author will be invited every week to stay at the Ambassade Hotel and describe what being a writer in these times is like for him or her. The Amsterdam-based daily newspaper ‘Het Parool’ publishes these columns weekly.

Goed, we beginnen opnieuw. De eerste versie van dit stuk is verworpen – een geforceerde literaire bespiegeling over de zielsverwantschap tussen schrijver en hotel (iets met onderweg zijn en onbekende deuren) en dan met een Cees Nooteboomsausje eroverheen, sprinkle dusten met wat Grunbergalia over heimatloosheid. Klaar.

Het liep anders. Ik had boeken bij me, een schriftje, een laptop, maar ik was geen schrijver. Ik was een twaalfjarig jongetje, pukkelig, vlak voor de grote groeispurt. Een jongetje dat iets verschrikkelijks had gedaan.

Eén middag werkte ik hier. Dankzij Lucas, een vakantievriendje. Lucas, zijn broertje Louis en ik, we voetbalden, sjokten langs de waterlijn en trapten tegen slakkenhuizen. Hun vader, Wouter, zat altijd aan de kade. Naast hem: boeken. Filosofische boeken, boeddhistische, boeken over stenen. Wouter was ‘de baas’ van een Amsterdams hotel. En ik mocht best een dagje meehelpen, als ik dat wilde.

Lucas, die soms toegaf dat hij misschien ooit, grotemensenlater, het hotel zou overnemen, leidde me rond. Ik wilde het goed doen, mocht Lucas niet teleurstellen, Wouter niet, de krakende treden, de Cobraschilderijen. Ik was in een traditie geplaatst, van butlers en liftjongens, van toezichthouders, van eerbiedwaardige zorgers. Het ging niet denderend. De ruiten die ik lapte, met een zware gele doek, werden niet doorschijnend. De ontbijttafels die ik dekte, leken nooit helemaal symmetrisch, hoe vaak ik ook met de botermesjes schoof. Goed, ja, en toen ging het echt mis.

Een Amerikaanse man – een handelsreiziger? een spion? – vroeg me of ik zijn rolkoffertje kon dragen. Ik zette het koffertje naast zijn bed. Een klik. Ik opende mijn zweterige knuist en zag een stukje plastic – een klepje, een slotje? Toen hij niet keek legde ik het op de juiste plek, hopend dat hij het niet zag. Hij gaf me een rijksdaalder fooi, maar ik bedankte voor de eer.

Ach, welke eer? Iets was bij me in bewaring gedaan, iets belangrijks, nu stuk. Ik was woedend, gekwetst. Geen idee wat ik tegen Lucas heb gezegd, tegen Wouter, geen idee wat ik als reden heb opgegeven dat het bij deze middag zou blijven.

Hij loopt hier nu weer rond, Lucas. De handen trots op zijn rug gevouwen. Hij is de baas, zoals zijn vader eens. En ik zit op het terras, aan de kade, denkend aan die man die ooit aan de kade zat, hij met zijn boeken, ik met mijn schriftje.

Wat is een schrijvershotel? Een plek om aan te komen, om te denken aan mensen die je niet meer spreekt, om te ervaren dat we allemaal passanten zijn. Een plek die je voor even de jouwe mag noemen, totdat je de sleutel teruggeeft aan iemand die je vergevingsgezind toelacht.

PS: Aan de desbetreffende Amerikaanse spionnendienst die dit leest: zeg tegen jullie collega dat het me spijt van zijn koffertje.

View the column on the website of ‘Het Parool’.

Would you like to stay at the writers’ hotel as well? Enjoy a unique experience in the Ambassade Hotel with these special offer packages or come and admire the library after visiting our sunny terrace on the Herengracht!

Annejet van der Zijl

What is a writers hotel without writers? A pen without ink? For six months, an author will be invited every week to stay at the Ambassade Hotel and describe what being a writer in these times is like for him or her. The Amsterdam-based daily newspaper ‘Het Parool’ publishes these columns weekly.

Het was de tijd dat de wereld op slot ging en de stad tot stilstand kwam. Het hotel zou echter pas sluiten als er geen enkele gast meer was. En die was er.

Het was een vaste klant – een man met een adellijke naam en een leven dat met recht rijk genoemd kon worden: een glansrijke diplomatieke carrière, een stabiel huwelijk, een hechte vriendenkring en kinderen die de familienaam eer aandeden. Een vól leven ook. Adel verplicht, en succes minstens zo zeer. En daarmee ben je je tijd kwijt.

Hij had ingecheckt voor vier nachten toen de bomen aan de gracht nog kaal waren. Net op dat moment kantelde de wereld en gingen de grenzen dicht. Hij liet de receptie weten dat hij langer zou blijven. De crisis duurde, de andere gasten verdwenen, de staf van het hotel kromp steeds verder in.

De receptionistes fietsten nu met mondkapjes op als maaltijdbesteller door de stad, de manager nam de nachtdienst op zich en bouwde ’s nachts uit verveling spoken uit lampen en hotellakens.

Toen de bomen aan de gracht hun bladeren weer verloren en de stad zich opmaakte voor de donkerste, stilste winter sinds mensenheugenis was hij er nog steeds. Vanaf het moment dat hij als jongetje tijdens schoolvakanties op het landgoed van zijn grootouders aan zichzelf was overgelaten, had de tijd zich niet meer zo eindeloos voor hem uitgestrekt. Had hij zo weinig gehoeven. Had het woord ‘solitude’ zo’n betoverende klank gehad. Was het leven zo magisch en vol beloften geweest.

Hij dwaalde door de zeventiende-eeuwse grachtenhuizen die gezamenlijk het hotel vormden. Hij bekeek de indrukwekkende kunstverzameling aan de muren. Hij grasduinde door de duizenden, door de auteurs gesigneerde boeken die de trots van het hotel vormden. En die een reden waren geweest om voor dit hotel te kiezen. Want hij hield van lezen, al had hij daar in zijn dagelijkse bestaan zelden de tijd voor. Maar nu had hij alle tijd. En hij las. Hij leefde de levens van anderen, hij verdween in onbekende werelden. Hij genoot.

Het werd lente. Er voeren opeens weer bootjes door de gracht en vanaf het geïmproviseerde terras voor het hotel klonk vrolijk geroezemoes. De grenzen gingen open, steeds vaker hoorde hij weer geluiden in de kamers om hem heen. En uiteindelijk pakte ook hij zijn koffers en ging terug naar zijn zo geslaagde, volle, rijke leven, naar de besprekingen in Westminster, de familiediners in Chelsea, de tuinfeestjes aan de Thames. Mensen slaan hem op de schouder en zeggen hoe jolly good het is om hem weer te zien. Hij glimlacht instemmend, ja, it is simply wonderful.

Maar af en toe dwaalt zijn blik. Dan droomt hij van zijn verloren koninkrijk – het lege hotel, de stille stad, de boeken en hijzelf.

Dit stuk is geïnspireerd door mijn verblijf in het Amsterdamse Ambassade Hotel, maar iedere overeenkomst met bestaande personen is toevallig.

View the column on the website of ‘Het Parool’.


Would you like to stay at the writers’ hotel as well? Enjoy a unique experience in the Ambassade Hotel with these special offer packages or come and admire the library after visiting our sunny terrace on the Herengracht!

 

Thomas Heerma van Voss

What is a writers hotel without writers? A pen without ink? For six months, an author will be invited every week to stay at the Ambassade Hotel and describe what being a writer in these times is like for him or her. The Amsterdam-based daily newspaper ‘Het Parool’ publishes these columns weekly.

Onder de brug die vanaf de Prins Hendrikkade over het Singel loopt, is op een bakstenen muurtje een zinnetje van Belle van Zuylen geschilderd: terugkomen is niet hetzelfde als blijven. Die zes woorden trekken altijd mijn aandacht als ik vanaf Centraal Station de binnenstad binnenloop, terug naar huis, door dat naar pis stinkende tunneltje waar sinds de corona-uitbraak een paar zwervers wonen – en elke keer denk ik: Belle van Zuylen had gelijk.

Misschien was dat wel wat ik persoonlijk het lastigste vond aan de coronagolven: het gebrek aan variatie en enig reliëf in de dagen, waardoor ook de sensatie van het terugkomen verdween. Nooit meer nam ik met hernieuwde blik waar wat ik al kende, elke dag voltrok zich min of meer hetzelfde. Af en toe keek ik in mijn agenda en was er geen dag maar een maand verstreken.

Voor sommige schrijvers is het een ideale situatie: rust, regelmaat, en bovenal weinig afleiding. Zelf gedij ik beter als mijn blik af en toe wordt opgeschud en als ik reden heb mijn schrijfkamer te verlaten. Toen ik tijdelijk mijn intrek mocht nemen in het Ambassade Hotel, voelde ik het meteen gebeuren: eindelijk kreeg Amsterdam weer nieuwe tinten en kleuren. Een andere uitvalsbasis zorgde ervoor dat ik andere plekken zag, ik hoorde nieuwe geluiden, extra rumoer om me heen. Ik dwaalde door de illustere bibliotheek van het hotel, gaf me over aan elk gerecht dat de hotelchef kookte, sliep ’s nachts in een bed zo groot dat ik mijn geliefde aldoor kwijtraakte. Wat had ik het gemist om op een semiopenbare plaats als dit te zijn: de mengeling van andere gasten en de eigen privacy, de compactheid en luxe van de eigen kamer die je niet zelf hebt hoeven inrichten, de discretie van personeel dat zich nooit onaangekondigd laat zien, maar altijd paraat staat.

Met het Ambassade Hotel als nieuw anker wandelde ik door de stad, de zon scheen, terrassen werden voor het eerst in maanden weer opgebouwd. Aan de overkant van de gracht werden opnames gemaakt van de voortreffelijke Amerikaanse televisieserie Atlanta, ik liep naar de set, loog tegen beveiligers dat ik iets verderop woonde, passeerde Donald Glover en de andere hoofdrolspelers op slechts een halve meter afstand – ook een ervaring die ik in tijden niet had gehad: aangenaam, een beetje nerveuzig verrast worden door wat je aantreft, dat heerlijke getintel in je buik, het niet precies weten waar en hoe te kijken.

Eenmaal terug op mijn hotelkamer voelde het alsof ik wakker was geschud, alsof ik eindelijk weer ergens van terugkwam. En ik ervoer iets wat ik in geen tijden had ervaren: ik had zin om weer eventjes alleen te zijn en in afzondering de juiste woorden te zoeken, want dat was nu eindelijk weer eens een keuze, niet iets wat door de omstandigheden werd opgedrongen.

View the column on the website of ‘Het Parool’.

Would you like to stay at the writers’ hotel as well? Enjoy a unique experience in the Ambassade Hotel with these special offer packages or come and admire the library after visiting our sunny terrace on the Herengracht!

Schrijvers Hotel Jessica Durlacher

Jessica Durlacher

Schrijvers Hotel Jessica Durlacher

What is a writers hotel without writers? A pen without ink? For six months, an author will be invited every week to stay at the Ambassade Hotel and describe what being a writer in these times is like for him or her. The Amsterdam-based daily newspaper ‘Het Parool’ publishes these columns weekly.

Toen ik onlangs zomaar te gast was in Amsterdam, als schrijver, in het Ambassade Hotel, dat op een van zijn fijnste plekken staat, recht tegenover het voormalig Instituut van Neerlandistiek waar mijn studie ooit begon, verbaasde het me hoe glad en glanzend de stad kon zijn, en hoe vanzelfsprekend ze zich in de vermomming hult die ze waarschijnlijk aan vreemden toont.

Amsterdam is de stad die ik denk ik het beste ken van alle steden waar ik heb gewoond. Ik ben er geboren, bracht er de eerste dertig jaar van mijn leven door. Ik heb er gestudeerd en gewerkt, allerlei eerste keren meegemaakt. Als ik aan de stad denk of er ben, heb ik altijd heimwee – niet naar plekken maar naar momenten of periodes. Amsterdam is een trommel vol madeleinekoekjes, een plattegrond voor betekenisvolle momenten, een tijdmachine. Indertijd zag ik de stad niet meer omdat ik er deel van uitmaakte.

Maar ook nu ik weer elders woon voelt de stad als mijn grond, heimweegrond, al was ik er voor corona nog zo vaak. De tijd breekt herinneringen op maar plakt ze soms ook aan elkaar.

Tot een paar weken geleden leken de anderhalf jaar die we achter de rug hebben, gemaakt van dezelfde tijd, dezelfde week, hetzelfde uur. Ik kon nog bij elk uur, bij elke gedachte, ik was overal bij geweest.

Allemaal waren we bevangen, introverte mensen geweest zonder veel leven buitenshuis, haatten onze mondkapjes met dezelfde passie, stelden onze wensen elke dag even mismoedig bij, er werd weinig geprikkeld, de genietingen lagen dichtbij huis, we hoefden niet naar zoveel te streven want de kans dat anderen het veel leuker hadden dan wij was even geruststellend als deprimerend klein.

Eén tijd en die heette corona. Weinig dat ons kon opbeuren. Nooit eerder was een lang jaar zo gelijkvormig, het verstrijken van de tijd zo zichtbaar onaangedaan door onze belangrijkheden. We zagen de uren, de dagen, de weken en de maanden verstrijken als nooit ervoor.

Inmiddels lijken we te mogen doorschuiven naar een nieuwe tijd, de poort staat open, ze hebben ons boeltje weer uit de kluis gehaald voor ons, onwennig steken we onze neuzen in de buitenlucht, de geopende winkels, het café en het museum. Het licht doet nog een beetje pijn aan onze ogen, onze sociale spieren zijn wat verslapt en we reageren op het meeste dat ons overkomt met lichte schrik. Zijn we nog wel hetzelfde als ervoor?

Het coronajaar mag ons geheugen tot een klont hebben geperst, het gapende gat tussen de tijd voor de pandemie en nu is juist exponentieel gegroeid. Mijn kledingkast oogt als die van een vreemde. Wie was ik die zulke hoge ongemakkelijke hakken droeg?

Amsterdam (en wijzelf) hebben er een heel nieuw verleden bij, maar ik vraag me wel af of daar ditmaal ook heimwee bij zal horen. Misschien alleen naar het Ambassade Hotel.

View the column on the website of ‘Het Parool’.


Would you like to stay at the writers’ hotel as well? Enjoy a unique experience in the Ambassade Hotel with these special offer packages or come and admire the library after visiting our sunny terrace on the Herengracht!

Esther Verhoef

What is a writers hotel without writers? A pen without ink? For six months, an author will be invited every week to stay at the Ambassade Hotel and describe what being a writer in these times is like for him or her. The Amsterdam-based daily newspaper ‘Het Parool’ publishes these columns weekly.

‘We zijn met z’n allen meer naar binnen gekeerd,’ zegt mijn schrijvende vriendin. Ze maakt er een beweging bij alsof ze luiken voor haar gezicht sluit. ‘Ieder op zijn eigen eilandje. Kopschuw geworden, huiverig voor overwaaiende bacillen uit medemensadem.’

Ik zit tegenover haar met een flinke bel chardonnay. De tweede. Hoe strenger de maatregelen, hoe hoger mijn drankrekening. Mijn vriendin is een risicogroeper, maar nu heeft ze haar tweede prik gehad en ik ben net herstellende van twee weken valreep-corona. Dus het kan weer. We hebben zelfs geknuffeld – de gezichten afgewend, want je weet maar nooit.

‘Ik ben een kluizenaar geworden die opziet tegen menselijk contact,’ gaat ze verder. ‘Iemand die opnieuw moet leren om gasten te ontvangen. Hoe snel is dat gegaan?’

Ik knik en neem een slok. En nog eentje. Vluchten deed ik steeds in mijn schrijfwerk, al vanaf mijn achtste dagelijks; verdwijnen achter de woorden en zinnen, opgaan in een wereld die je zelf creëert en die je dus wèl begrijpt en kunt controleren.

‘Ik heb sommige mensen al anderhalf jaar niet gezien,’ zeg ik. ‘Je weet wel, vrienden met wie je naar de film gaat voor de discussie erna, of met wie je graag winkelt, of gaat lunchen in een hippe tent.’

Je durft op een gegeven moment ook niemand meer uit te nodigen, denk ik erachteraan, want de een drukt je bij binnenkomst aan de borst, briesend: ‘Je gelóóft die flauwekul toch niet!’ en door de ander word je subiet kaltgestellt omdat je twee gasten wilt ontvangen, terwijl Jaap en Mark één adviseren.

Die losvastvrienden, ik heb ze niet eens geappt. Wat moet je vragen? Iedereen gezond, lukt het nog een beetje daar? Ik mis ze, en ook weer niet. Ik ben het verleerd, denk ik, mensen. De luiken van mijn huis zijn gesloten en die van mijn hart ook een beetje.

Dit zou een ideale periode zijn voor schrijvers, lees ik steeds. Want die zaten toch altijd al thuis te typen. Voor hen verandert er niets. Maar voor mij veranderde alles. Schrijven doe ik in afzondering. Vier, vijf dagen zonder sociaal contact is normaal. Dus moet ik er af en toe op uit om te voorkomen dat ik murmelend onder een steen eindig. Húp, naar dat café, restaurant, de winkels, een festival, plekken waar je druppels sociale structuur kunt tappen als tegengif. En ‘verhaal kunt halen’, input voor je werk.

Maar alles is volgeboekt of doodgereguleerd en de mensen zijn knettergek geworden, om het hardst schreeuwend naar elkaar aan weerszijden van een ravijn waar ooit een veilig midden was.

Toenadering, ik hoop dat we het opnieuw kunnen leren. De huizen en de harten open; begrip, nuance en vertrouwen. Een nieuw, stevig fundament in dat midden, dat wens ik de lezer, de schrijver, de mens.

En tot die tijd is er chardonnay.


View the column on the website of ‘Het Parool’.


Would you like to stay at the writers’ hotel as well? Enjoy a unique experience in the Ambassade Hotel with these special offer packages or come and admire the library after a visiting our sunny terrace on the Herengracht!

 

 

Schrijvershotel

Alma Mathijsen

Schrijvershotel

What is a writers hotel without writers? A pen without ink? For six months, an author will be invited every week to stay at the Ambassade Hotel and describe what being a writer in these times is like for him or her. The Amsterdam-based daily newspaper ‘Het Parool’ publishes these columns weekly.

Ik was bijna vergeten dat het nog bestond. Ik behoor tot de groep mensen die zichzelf heeft opgesloten. Als je alleen woont gaat dat heel makkelijk. Dan zijn er geen huis­genoten die liefkozend maar toch dwingend vragen of het niet een goed idee is toch wat vaker naar buiten te gaan.

Nee, ik bleef binnen, kocht een Nintendo en bakte lasagnes uitsluitend voor mezelf. Tussen de muren van mijn appartement hoefde ik niet bang te zijn om iemand anders te besmetten, hoefde ik niet voor de twaalfde keer te vragen of een vriend zijn handen wel 20 seconden lang had gewassen, hoefde ik me niet kapot te ergeren aan de man die zijn neus over zijn mondkapje liet hangen. Thuis was kalm en dat was alles wat ik nodig had. Althans dat dacht ik. Op uitnodiging van het Ambassade Hotel mocht ik twee nachten bij hen logeren, en uiteraard kon ik ook nog iemand meenemen. Voor het eerst was er iets om mijn nieuwe geliefde mee naar toe te vragen.

De terrassen waren net geopend en de zon kwam kijken. Overal zag ik mensen happen nemen van hun eten, of ze dronken gulzig uit hun glazen. Als ze dat niet deden, praatten ze uitgelaten. Bij de ingang stond de manager klaar, die me zo warm onthaalde dat ik even dacht dat hij me misschien verwarde met een oliemagnaat of een influencer met 500.000 volgers. Op de kamer stond een fles cava voor ons klaar aan de gedekte tafel die uitkeek over de gracht. Ik dronk uit het glas, net zo gulzig als de mensen die ik eerder op de dag zag. En wilde me bij hen voegen.

Op het terras zat Thomas Heerma van Voss, ook op uitnodiging van het hotel. In anderhalf jaar tijd had ik amper andere schrijvers gezien en ik werd bevangen door een enthousiasme dat ik niet meer van me af wist te schudden. Ik wilde praten, het maakte me niet uit waarover. Niet veel later struinden Jessica Durlacher en Solomonica de Winter over het terras, terug van een massage, ook zij verbleven in het hotel. En ook met hen wilde ik kletsen. Ik pakte wat ik pakken kon. Alle maanden in solitaire maakten dat ik dat nog nooit zo hongerig was geweest naar small talk. Hoe onzinniger hoe beter, diepgaande gesprekken hoefde ik niet eens.

Het had alles weg van een literair festival, maar dan met het elan waar ik al mijn hele leven van gedroomd heb. Geen pallets in de modderpoel als zogenaamde backstage. Hier kregen we marmeren vloeren, gekoelde flessen bubbels en donzige badjassen met slippers. Een betere rentree in het leven, na maanden van binnen zitten, had ik me niet kunnen wensen. Ik wist het niet, maar het was alles wat ik nodig had.

View the column on the website of ‘Het Parool’.

 

Would you like to stay at the writers’ hotel as well? Enjoy a unique experience in the Ambassade Hotel with these special offer packages or come and admire the library after a visiting our sunny terrace on the Herengracht!

Het schrijvershotel

Arnon Grunberg

Het schrijvershotel

What is a writers hotel without writers? A pen without ink? For six months, an author will be invited every week to stay at the Ambassade Hotel and describe what being a writer in these times is like for him or her. The Amsterdam-based daily newspaper ‘Het Parool’ publishes these columns weekly.

‘In een liefde zoeken de meesten een eeuwig thuisland, een enkeling echter het eeuwige reizen.’ (In einer Liebe suchen die meisten ewige Heimat. Andere, sehr wenige, aber das ewige Reisen.)

Eigenlijk had ik dit citaat van de Duitse filosoof Walter Benjamin, die op 26 september 1940 in Portbou zelfmoord pleegde, als motto bij mijn nieuwe roman willen opnemen, maar het past nog beter bij een reeks verhalen over het Ambassade Hotel in Amsterdam, daarmee indirect over alle hotels, het hotelwezen zelf.

Hoe moeten wij een eeuwig thuisland begrijpen in de context van de liefde voor een persoon? Zou al het nationalisme een toevluchtsoord zijn voor mensen die tevergeefs hun eeuwige thuisland zochten in een mens en toen dat op een teleurstelling uitliep zich maar hebben gewend tot het land waar ze toevallig geboren zijn? Nog afgezien van de vraag welke liefde precies eeuwig is.

Vermoedelijk is het goed de hartstocht, die graag geconsumeerd wordt op hotelkamers, te scheiden van liefde, die eerder een onderkomen zoekt in woon- en slaapkamers, vestibules en opberghokken. Het is een menselijke eigenaardigheid, en een tragische, om hartstocht met liefde te verwarren, zoals wij ook graag geloven dat vrijheid en gelijkheid hetzelfde zijn, op zijn minst dat het een tot het ander leidt.

Ik heb niet alleen in de liefde, maar ook in het schrijven, in het leven het eeuwige reizen gevonden. Waarbij ‘eeuwig’ weinig anders hoeft te betekenen dan levenslang.

Als de liefde verbonden is met de behoefte een thuis te vinden, wat dat woord ook moge betekenen, én met het verlangen te reizen, wat wel moet betekenen dat men het metaforische thuisland verlaat, dan kan het niet anders dan dat het hotel een symbiose is van reis en thuis, heimat en exil. Een compromis dus, maar ook een katalysator. Het verlangen wil grenzen overschrijden en het is precies het grenzeloze karakter van het hotel dat ons aanmoedigt dat ook te doen.

Grenzeloos, omdat het hotel een tussenstadium is. Kamer 93, kamer 18, men noemt het zijn kamer, maar over een paar dagen woont er iemand anders.

Het is toneel zoals het restaurant toneel is, alles is een ritueel, juist in het hotel, maar het ritueel heeft een hoog werkelijkheidsgehalte, het voert ons naar het leven, naar de sensatie van sterfelijkheid en tijdelijkheid, die vermoedelijk een voorwaarde is om überhaupt te kunnen verlangen naar een eeuwige heimat.

Schilderes Charlotte Salomon, die op 10 oktober 1943 in Auschwitz werd vermoord, stelde de vraag: ‘Leben? Oder Theater?’ Het hotel, als instituut, als opvangcentrum, als ziekenhuis, als toevluchtsoord, als schuldige plek en als onderduikadres, als kerk en als laatste illusie (de kamers van de andere gasten bevatten de levens die wij hadden kunnen leven) antwoordt: Leben und Theater.

Het Ambassade Hotel meer nog dan andere hotels.

Het schrijvershotel

View the column on the website of ‘Het Parool’.

Would you like to stay at the writers’ hotel as well? Enjoy a unique experience in the Ambassade Hotel with these special offer packages or come and admire the library after a visiting our sunny terrace on the Herengracht!

Our Librarian Eelco Douma

The Writers’ Hotel – A word from the librarian

Our Librarian Eelco Douma

The Ambassade Hotel is renowned as the place to stay in Amsterdam for writers. All the big Dutch publishers book rooms here for their authors – much to the gratitude of the hotel, which has been able to assemble an amazing book collection thanks to all its literary guests. The library currently holds an astonishing 5000 signed books offering a cross section of the entire range of contemporary literature.

The books are housed in the Library Bar and Library Lounge, which were completed in 2015. The person with responsibility for the library is Eelco Douma, who has been working at the Ambassade Hotel for 25 years. He’s proud of the collection and well aware that it wouldn’t have been possible without the publishers.

‘It’s extraordinary how the collection has developed. Publishers traditionally had their offices on Herengracht, and they book rooms with us for their authors. The hotel always receives a signed copy of their latest work. Because the writers keep coming back, from some of them we have their entire oeuvre. Take novelists like Arnon Grunberg and György Konrád for instance, or non-fiction authors like Ian Buruma and Philipp Blom. We have work by authors from 76 countries, and our Belgian neighbours in particular are close to our hearts. Tom Lanoye and Dimitri Verhulst are regular guests, for example. Verhulst actually devoted two pages to us in his book to mark the 2015 Dutch literature week!’


The guestbooks

In the Library Bar there are also 20 guestbooks with valuable contributions and reflections by famous guests. ‘They include internationally renowned writers, among them virtually every winner of the Nobel Prize for Literature over the past 30 years, as well as politicians, philosophers, and even a balloon pilot. There are various notes in the guestbooks by authors like Isabel Allende, Salman Rushdie, David Sedaris, Connie Palmen, Eckhart Tolle, Mario Vargas Llosa, Umberto Eco, and Jonathan Safran Foer.’

‘The writer and former chief editor of the magazine Vrij Nederland, Rinus Ferdinandusse, used to come to the hotel sometimes to interview a guest, and one day he said, ‘Do you know who’s sitting over there in the corner of the lobby?’ It turned out to be John le Carré, whom we hadn’t recognised because he’d reserved under his real name, David Cornwell. From then on, Le Carré stayed here regularly. I still have a handwritten letter from him thanking me for the Christmas gift we send him every year and saying he has such ‘fond memories’ of the Ambassade Hotel. I’ll always cherish that letter.’

‘Just before my time, though from the stories it sounds very impressive, there was a visit from the famous writer Alberto Moravia, éminence grise of Italian literature. It was as if the Pope was visiting, he was given so much attention and respect. Things are different these days; the top Italian author today, Paolo Giordano, is very relaxed and greets me like an old friend when he stays with us.’

‘Something that made a big impression on me a year ago was a visit by Nadya Tolokonnikova of the punk band Pussy Riot, who was here because of her book ‘How to Start a Revolution’. Usually I wouldn’t take such a liberty, but when I saw her sitting in the library I went up to her and said that I think she’s extremely courageous and she should keep up her fight.’

 

The writers’ hotel:
For a period of six months, a different author is invited to stay at the Ambassade Hotel for two nights every week. The author will write a column about their experience of being a writer in this era. The columns will be published weekly
in the Dutch newspaper ‘Het Parool’.